donderdag 27 juni 2013

Heimwee, Hurtigruten en haringsalade

In plaats van via ons favoriete vakantieland Noorwegen hebben we ervoor gekozen om door Zweden naar het zuiden af te zakken. Nu hoor ik sommige mensen denken: wat doen die twee Noorwegen-verslaafden in Zweden? We kunnen ons in Zweden sneller verplaatsen dan via de Noord-Noorse wegen.

Poolcirkel bij het Zweedse Jokkmokk. 

We kennen Zweden van eerdere reizen en de immense wildernis en uitgestrektheid van Zweeds Lapland bevalt ons wel. Het is uniek dat er in Europa nog een gebied met zo veel ongerepte wildernis bestaat. Wel is het goed uitkijken voor overstekende rendieren. Onderweg zien we een ongeval waarbij een rendier is aangereden en levenloos in de greppel naast de weg ligt. Een erg nare aanblik. Een groepje motorrijders en een paar automobilisten staan beduusd op een plek langs de weg waarop stukken vacht en glas verspreid liggen. Een politieauto komt aangesneld en even later ook een ambulance en een traumahelikopter. We vervolgen ietwat geschrokken onze weg, dit keer nog meer op onze hoede dan anders.


Pittoresk kerkje aan het water in Noord-Noorwegen.
Rudolph heeft geen haast.
Serene stilte bij Jokkmokk.

We komen veilig en wel op een kampeerplek dicht bij het Zweedse Jokkmokk aan, dat net boven de poolcirkel ligt. Boven het spiegelgladde water dat aan deze plek grenst, rijzen aan de horizon beboste bergen op en daarachter besneeuwde soortgenoten. Daarboven hangt een late avondzon en ertegenover staat een grote halve maan aan een bijna wolkenloze hemel. Het is er doodstil. Ik weet nu al dat ik de intense stilte ga missen zodra we huiswaarts keren. Waar wij wonen is het nooit echt stil. Ik heb bij voorbaat heimwee naar deze stilte. 
De temperatuur is aangenaam in Jokkmokk. Tijdens ons bezoek aan Berlevåg, dat in het uiterste noorden van Noorwegen ligt, was dat wel anders. Ach ja, Berlevåg… Ik noemde dit plaatsje al in mijn vorige blog, een klein vissersdorp aan de Barentszzee waar het naar vis ruikt, met ietwat verwaarloosde huizen, een paar winkeltjes, een kerk, oude, houten gebouwen die in verregaande staat van ontbinding verkeren en machtige golfbrekers waarbinnen de beschutting ervan de aanlegplaats voor de Hurtigruten ligt. De Hurtigruten is de scheepvaartmaatschappij die dagelijks van zuid naar noord en vice versa langs de Noorse kust vaart en vracht en passagiers vervoert. In mijn boek Midzomerliefde wordt er ook over gesproken.

Een Hurtigrutenschip komt in Berlevåg aan.
Berlevåg aan de Barentszzee.

Wat de golfbrekers betreft heeft het ongeveer 100 jaar geduurd voordat men voor Berlevåg de juiste constructie had bedacht om het dorp eindelijk tegen razende stormen met golven van soms bijna 10 meter hoog te beschermen. De golfbrekers zijn in de jaren zeventig voltooid en bestaan uit een enorme hoeveelheid loodzware tetrapods die zo zijn neergelegd dat de zee er geen grip op zou moeten krijgen. Toch is er twee jaar geleden 14 meter weggeslagen, wat aangeeft hoe krachtig een combinatie van zee en wind kan zijn. 

We hebben een paar interessante uurtjes in het plaatselijke havenmuseum doorgebracht waar we de enige bezoekers waren. Het museum laat de historie van Berlevåg en de bouw van de golfbrekers zien. Een nogal schuchtere jongeman vertelde ons diverse wetenswaardigheden over deze onderwerpen. Hij liet ons een grote, houten open boot zien. Het vaartuig had nog het meest weg van een enorme sloep, maar dan met veel hogere zijwanden. De boot werd vroeger gebruikt om passagiers en vracht van en naar het Hurtigrutenschip te brengen. De passagiers klommen via een ladder het Hurtigrutenschip op of af en bij stormachtig weer werden ze in een soort van canvas mand aan boord gehesen. Dat gebeurde tot een jaar of 40/50 geleden nog steeds. De bewoners van Berlevåg zijn maar wat blij dat er nu een nieuwe Hurtigrutenkade in de beschutting van de golfbrekers is aangelegd zodat ze veilig aan en van boord kunnen stappen en daar kan ik me wel iets bij voorstellen. In gedachten zie ik me al tussen twee hevig schommelende schepen in zo’n mandje boven zee bungelen... 

Vanaf de camping in Berlevåg, waar wij bivakkeren, is er zicht op de golfbrekers en de Hurtigrutenkade en helaas ook op het ernaast gelegen terrein waar scheepswrakken en andere niet meer bruikbare materialen een laatste rustplaats gevonden hebben, oftewel een enorme rommel waarbij niemand schijnt te denken: moet dat niet eens opgeruimd worden? ‘s Avonds speelt er een band in een naast de camping gelegen gebouw, een kruising tussen hardrock en iets ondefinieerbaars. Het klinkt niet al te best maar de Noorse dames schijnen zich, zo te horen, goed te vermaken.

Berlevåg.


Het plaatselijke warenhuis in Berlevåg.


Wanneer we Berlevåg achter ons laten en de werkelijk schitterende kustweg volgen, passeren we Veines, een piepklein schilderachtig dorp waar we een heuvel beklimmen om het uitzicht over de zee en het omringende berglandschap te bewonderen. De lichtval in deze noordelijke streken is altijd bijzonder en alleen dat al maakt alles tot een prachtig plaatje. Boven op de heuvel blijken, zonder dat we het wisten, de restanten van een Duits fort uit de Tweede Wereldoorlog te liggen waar zo’n 350 Duitsers gelegerd waren. We kijken een beetje ongemakkelijk om ons heen. De afkeer van Duitsers zit bij de Noren soms nog diep geworteld, hebben wij ontdekt. Berlevåg is evenals zo veel andere Noorse plaatsen aan het einde van WOII door de Duitsers verwoest. We hebben het idee dat Noren ons nog wel eens voor Duitsers aanzien, we hebben namelijk wel eens vreemde reacties meegemaakt, van onbeleefd negeren als je iets vriendelijks zegt of vraagt tot het demonstratief onze boodschappen op de lopende band van de supermarkt gooien. Ook de eieren. Dit soort taferelen gebeurt lang niet overal, maar toch net iets teveel naar onze zin. Het is natuurlijk gissen wat de oorzaak van dergelijke reacties is maar onze taal lijkt, in de oren van buitenlanders, veel op de Duitse taal, dus de verwarring is snel gecreëerd. Zodra Noren erachter komen dat je uit Nederland komt draaien ze bij als een blad aan een boom en zijn ze de vriendelijkheid zelve. Misschien moeten we voortaan oranje T-shirts aantrekken waarop ‘Holland’ staat. 
Er loopt een Duits stel tussen de ruines rond. We vragen ons al tijden af hoe Duitsers zich bij dit soort confrontaties moeten voelen. De huidige generaties kunnen er niets aan doen wat er vroeger gebeurd is, maar ze dragen wel de erfenis ervan mee. Het voelt, ondanks het mooie uitzicht, niet als een prettige plaats en we besluiten weer naar beneden af te dalen.

De prachtige kustweg naar Berlevåg.
Het schilderachtige Veines.
Veines.
Restanten van een Duits fort.

Een bezoek van een heel ander kaliber is het bezoek aan een café/winkeltje in het nabijgelegen Kongsfjord. Het is alsof je terug in de tijd stapt zodra je er een voet over de drempel zet. We worden vriendelijk welkom geheten door een blonde dame die meteen vraagt waar we vandaan komen en daarna een waterval van woorden op ons loslaat. Ze vertelt dat het gebouwtje in de jaren twintig een winkel was en daarnaast ook nog een aantal andere functies had zoals postkantoor e.d. Het is al jaren in het bezit van haar familie. Ze maakt koffie en wafels voor ons terwijl wij ondertussen het knusse gebouwtje, waar van alles aan koopwaar uitgestald staat, van beneden naar boven verkennen. Tegen de tijd dat de wafels gebakken zijn, heb ik natuurlijk alweer iets gevonden wat ik mee naar huis wil nemen. 
We laten ons de wafels en de koffie goed smaken en de dame babbelt tussendoor gezellig met ons. Ze fabriceert zelf sinaasappelchutney en haringsalade en heeft ook nog wat kaassoorten liggen. Of we willen proeven? Zonder ons antwoord af te wachten snelt ze naar achteren en komt terug met een plankje waarop de bovengenoemde etenswaren ons verleidelijk aankijken. De chutney en de haringsalade zijn verrassend smakelijk. We gissen naar de ingrediënten van de salade. We proeven behalve haring, ui, iets van karamel en… geen idee…

Het café/winkeltje in Kongsfjord.

Voor wie een origineel cadeau voor een
echte koukleum zoekt.

“Er zit een beetje drank in,” lacht de dame. Aha, dat zal het niet te beschrijven ingrediënt zijn. We gaan overstag. Gewapend met mijn in de winkel gevonden souvenir en een bakje overheerlijke haringsalade verlaten we opgetogen het pittoreske plaatsje om ons in honderden kilometers Laplandse wildernis te storten en uiteindelijk in het Zweedse Jokkmokk aan te komen. Van daaruit gaat de reis verder naar het zuiden en schieten we ter hoogte van het Femundmeer (uit mijn boek Julie’s liefde) Noorwegen weer binnen en doen het prachtige Nationale Park Rondane en Rjukan aan. In Rjukan bezoeken we het Noorse Industri- arbeidermuseum, dat een waterkrachtcentrale is geweest die in WOII een grote rol heeft gespeeld. Wie de film The Heroes of Telemark gezien heeft, weet wat ik bedoel. Maar daarover volgende keer meer, want deze blog is alweer veel en veel te lang geworden.

De Inlandsbanan stopt bij Jokkmokk rustig een uur
om de passagiers bij een restaurant te laten eten.
Creatie van de Zweedse kunstenaar Bengt Lindström
op stuwdam bij Jokkmokk. 
Zittend boven op de poolcirkel
bij Jokkmokk.









8 opmerkingen:

  1. Hoi Elly! Ken je de prachtige film over het mannenkoor in Berlevåg? "Heftig og begeistret". "Cool and Crazy" in het Engels.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Leuke post en niet te lang hoor. Wel toevallig, de laatste blogpost van mij ging over de Akkats waterkrachtcentrale tussen Jokkmokk en Porjus.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Hallo, Karin. Ik wist wel dat er iets van een koor in Berlevåg bestond, maar de film kende ik niet. Ik heb het op You Tube opgezocht en het lijkt me inderdaad een mooie film. Ik ga eens op zoek naar een mogelijkheid om de film in zijn geheel te kunnen bekijken. Bedankt voor de tip!

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Is daar niet een museum bij die waterkrachtcentrale, Hans? We hebben dat niet bezocht, maar wel Harsprångsfsallet. Vier jaar geleden hebben we Harsprångsfallet ook gezien met bevroren watervallen. Erg indrukwekkend. Dit jaar was er helaas geen druppel water meer te vinden. Wat heb je een leuke en informatieve blog met prachtige foto's, Hans.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Volgens mij is er een museum bij de waterkrachtcentrale. We zijn er niet geweest. Helaas te weinig tijd gehad in Lapland. Van Harsprångsfallet heb ik een blogpost gemaakt. We zijn ook naar de overblijfselen van het dorp dat bij Harsprångsfallet stond geweest. Van het dorpje ook een blogpost geschreven. Trouwens over Noorwegen, zoals Peer Gynt, Friisvägen en Helvete zijn blogposten te vinden. Het is dus niet alleen Zweden, maar eigelijk heel Scandinavië :-). Maar Harsprångsfallet was inderdaad indrukwekkend.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Kijk, dat wist ik nou weer niet, dat er een dorp bij Harsprångsfallet heeft gestaan. Ik heb meteen je blogpost daarover opgezocht. Vreemd idee dat het dorp weer verdwenen is. Het is net zoiets als bij de aanleg van de spoorlijn tussen Kiruna en Narvik, daar ontstond ruim een eeuw geleden ook een soort van dorp voor de spoorwegarbeiders en hun gezinnen. Wij zijn daar een paar jaar geleden ook restanten van gebouwen tegengekomen en hebben over een kleine begraafplaats uit die tijd gelopen.
    Je blogs over Noorwegen heb ik ook opgezocht. Er zijn altijd weer dingen die ik nog niet wist, dus dat is iets voor onze eventuele volgende reis.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. En bij elke reis ontdek je weer wat nieuws en dat maakt Scandinavië zo mooi.

    BeantwoordenVerwijderen