dinsdag 2 juli 2013

Real Heroes

Help! Wat hoog! Ik sta op de hangbrug die toegang geeft tot het Norsk Industri-arbeidermuseum en kijk de 84 meter diepe smalle kloof in. Ik voel een vreemde kriebel ter hoogte van mijn maagstreek. We hebben wel bij diepere ravijnen gestaan maar als je van bovenaf recht naar beneden in de diepte kijkt voelt het toch anders dan aan de rand ervan staan. Je kunt hier bungeejumpen. Ik staar naar het kleine plateau aan de zijkant van de brug waar je van af moet springen en weet het zeker, bungeejumpen is beslist niet voor mij weggelegd. Volgens mij moet je dan over een ware doodsverachting beschikken. Het zal heus wel een enorme kick geven en misschien voel je je vrij als een vogeltje wanneer je aan een lang elastiek door de lucht suist, toch ben ik blij dat deze bezigheid niet op ons programma staat.

De hangbrug over de kloof bij Vemork.
Liever op de brug dan aan een elastiek
aan de brug.

Wat wel op ons programma staat is een bezoek aan het op een steile berghelling gelegen Norsk Industri-arbeidermuseum in het Noorse plaatsje Vemork. Voordat we hier arriveerden hebben we onszelf eerst een tijdje in de weldadige stilte van het Nationale Park Rondane ondergedompeld en hebben we een gedeelte van de prachtige Peer Gyntweg gereden. 

Nationaal Park Rondane. (Deze en de 2
volgende foto's.)





Schilderachtig tafereel langs de Peer Gyntweg.

Maar nu vinden we het tijd worden voor een stukje historie. Vemork ligt een paar kilometer van het levendige stadje Rjukan verwijderd. Het museum dat in 1911 in gebruik werd genomen als destijds ’s werelds grootste waterkrachtcentrale draagt een bijzondere geschiedenis met zich mee. In mijn vorige blog noemde ik al de film The Heroes of Telemark, met o.a. Kirk Douglas, waarin een aantal Noren in samenwerking met de geallieerden tijdens de Tweede Wereldoorlog een aanslag op de centrale plegen. De waterkrachtcentrale werd vanwege het zogenaamde zwaar water door de Duitsers bezet gehouden. De Duitsers hadden dit water nodig om een atoombom te kunnen produceren en dat moest ten allen tijde voorkomen worden. Zodoende werd er een aanslag beraamd en uitgevoerd. De aanslag vertraagde de productie van het water. De Duitsers besloten een tijd later vaten met zwaar water Noorwegen uit te transporteren. De veerboot die de vaten vervoerde werd door de Noren tot zinken gebracht. Op die manier kon een grote ramp voorkomen worden. Bij deze actie kwamen helaas ook burgers om. Net zoals bij een door de Amerikanen uitgevoerd bombardement op de centrale en andere industriële gebouwen in Vemork.

De waterkrachtcentrale in Vemork.
Vemork.
Het indrukwekkende interieur in de waterkrachtcentrale.


Voor wie echt een goed beeld van deze geschiedenis wil hebben is een bezoek aan het museum de moeite waard. Behalve dat het museum laat zien hoe vroeger energie werd opgewekt, word je in woord en beeld met het roerige oorlogsverleden geconfronteerd. En niet alleen het oorlogsverleden om en nabij Rjukan maar ook op ander plaatsen in de wereld. De bijbehorende foto’s liegen er niet om. Eigenlijk weet je dit alles al, maar toch is het nog steeds iets om stil van te worden en besef je eens te meer wat voor een waanzin oorlogvoeren is. 
In een filmzaal bekijken we een film die ons doet denken aan een documentaire die een tijd geleden op Discovery Channel werd uitgezonden: The Real Heroes of Telemark, waarin de Noren die de aanslagen hebben gepleegd zelf aan het woord komen. De mannen hielden zich lange tijd verscholen op de immense hoogvlakte, de Hardangervidda. Ze waren goed bekend met de omgeving en de soms barre omstandigheden en hadden daardoor een voorsprong op de vijand. Vanuit een kleine hut onderhielden ze radiocontact met de geallieerden. De hut is nu een bezienswaardigheid bij het museum. Ik vond het destijds een indringende documentaire en dat geldt ook voor de film in het museum. Het voelt vreemd om op de plek aanwezig te zijn waar deze geschiedenis zich heeft afgespeeld. 
Deel 1 van de documentaire vind je hieronder. 



De documentaire bestaat uit meerdere delen die je naast deel 1 in de zijlijn op YouTube vindt. 

De kleine hut van waaruit radiocontact met de
geallieerden werd onderhouden.
(Foto gemaakt in museum.)

(Foto gemaakt in museum.)

De hut staat tegenwoordig bij het museum.

Gedenksteen voor de mannen die bij de aanslag
betrokken waren.

Het museum biedt ook wisselende tentoonstellingen. Dit keer hangen er foto’s van de Amerikaanse fotograaf Phil Borges met als thema: Stirring the Fire. Het zijn zeer aansprekende foto’s van vrouwen en meisjes in voornamelijk ontwikkelingslanden die dankzij de humanitaire organisatie CARE een ommekeer in hun leven hebben gemaakt. De organisatie moedigt vrouwen en meisjes aan een beter leven voor zichzelf en hun naasten te creëren. Ik heb grote bewondering voor mensen die op wat voor manier dan ook hulp in minder rooskleurige situaties bieden. Voor mij zijn dat ook Real Heroes
In een ander gedeelte van het museum is de industriële ontwikkeling van Noorwegen en de rest van de wereld te volgen, van enkele honderden jaren geleden tot aan de tegenwoordige tijd. Industrie heeft arbeidsplaatsen en welvaart gebracht maar kent ook vele misstanden, zoals kinderarbeid. Aan dit laatste onderwerp wordt ruimschoots aandacht besteed. De foto’s van kinderen in de meest belabberde werkomstandigheden zijn zo mogelijk nog pakkender dan de foto’s van de zojuist genoemde tentoonstelling. Kinderen van vier jaar die in een fabriek werken waar lucifers geproduceerd worden, jongens van een jaar of twaalf werkzaam in mijnen, jonge meisjes in de prostitutie. Ook dit wisten we allemaal al en toch doet het steeds weer pijn om te zien. Het zijn vooral de ogen van de kinderen die op de foto’s staan afgebeeld. Ogen vol leed. Ogen die lijken te zeggen: wij horen kind te zijn, maar waarom hebben wij die mogelijkheid niet gekregen? Het museum geeft hiermee een signaal af, geeft een boodschap mee, en dat is een goede zaak.

Vol opgedane indrukken verlaten we het mooie oude gebouw en in gedachten loop ik naast mijn echtgenoot over de hangbrug naar de overkant van de diepe kloof. De kloof lijkt plotseling symbool te staan voor de kloof tussen arm en rijk. Een kloof die te overbruggen is, al zal dat niet altijd makkelijk zijn. Gedachten tuimelen door mijn hoofd. Misschien kan ik iets doen. Ik roep al zo lang dat ik op dat gebied iets wil doen. Hoe weet ik nog niet precies, daar ga ik over nadenken. En met die gedachte eindig ik de laatste blog over mijn rondreis door het noorden. Een mooie gedachte om de reis mee af te sluiten.