vrijdag 27 december 2013

Een bijzonder jaar





2013, een bijzonder jaar, dat was het. Voor ons een jaar van:



TEGENSTELLINGEN, ONZEKERHEID,
BOOSHEID, VERDRIET, VRAGEN

Maar vooral ook een jaar van:

LIEFDE, WARMTE, DANKBAARHEID, HOOP,
   VERWONDERING, SAAMHORIGHEID   

Dat is in het kort ‘ons’ jaar. Ons jaar waarin er twee gebeurtenissen uitsprongen: dat wij als trotse grootouders vol verwondering een nieuw familielid, onze kleindochter, mochten verwelkomen en dat mijn echtgenoot opnieuw met gezondheidsproblemen, in dit geval kanker, te maken kreeg. Gebeurtenissen die op dat moment twee uitersten vormden: een nieuw leven in je armen mogen sluiten en leven met de vraag, de onzekerheid, hoe het ervoor staat met de gezondheid van degene die jou al jaren en jaren zo na aan het hart ligt of beter gezegd: in je hart woont.
Wat die gezondheid betreft was er eerst de boosheid en het verdriet om het onontkoombare, iets wat langzamerhand overging in acceptatie. En acceptatie betekent een stap vooruit.
Onze kleindochter is gelukkig een wolk van een baby en met de gezondheid van mijn man lijkt tot nu toe alles onder controle te zijn. Dat is iets om dankbaar voor te zijn.

Het was een jaar waarin we op allerlei manieren veel warmte en saamhorigheid hebben ondervonden van onze kinderen, familie, vrienden en kennissen. Zonder hen zou ons jaar er heel anders uit hebben gezien. Dank je wel, lieve mensen, voor al jullie steun!

Het was een jaar waarin we een lange reis door Scandinavië hebben gemaakt. Een reis die veel indruk op ons heeft gemaakt en waarbij we niet alleen van het overweldigende landschap konden genieten maar ik ook de mogelijkheid kreeg een van mijn boeken te promoten.

Het was een jaar waarin ik via de sociale media of op andere wijze diverse lezers van mijn boeken (beter) heb leren kennen. En dat is ontzettend leuk! Wat fijn dat jullie mijn boeken lezen!
Én het jaar waarin ik, tussen de bedrijven door, mijn nieuwste boek heb weten af te ronden en naar mijn uitgever heb gestuurd. Als het goed is komt het boek in het voorjaar van 2014 uit. Zoiets is elke keer weer een mijlpaal. 

Dat waren een handjevol gebeurtenissen uit ‘ons’ jaar 2013. Wij kijken vol verwachting uit naar het nieuwe jaar, 2014, hebben plannen waarvan we hopen dat we die ten uitvoer kunnen brengen. Er valt nog zo veel te doen en nog zo veel te beleven.
Soms leiden grote veranderingen of minder goede ervaringen tot iets beters, tot iets goeds in je leven. Iets waarbij je eerst misschien nooit hebt stilgestaan, maar wat je op zo’n moment plotseling duidelijk ziet. Iets positiefs wat je nooit had ge- of ondervonden als die verandering of ervaring je niet was overkomen...

Maak van 2014 een goed jaar, op wat voor manier dan ook!





maandag 23 december 2013

Imagine

Dit keer geen kerstblog, geen kerstgedicht, geen kerstverhaal, alleen een foto met een tekst erbij. Laten we het maar een kerstgedachte noemen. De foto is gemaakt bij de poolcirkel op de Saltfjellet in Noorwegen. Een monument dat de aarde met de vier windstreken voorstelt. 
De tekst op de foto is afkomstig uit een lied dat mij altijd erg heeft aangesproken en mij nog steeds aanspreekt. De woorden zeggen genoeg. 

Ik wens jullie licht, warmte, sfeer en gezelligheid en een mooi en goed Kerstfeest!
 

maandag 16 december 2013

Santa Claus Village

Kerstkaarten schrijven in mei? Ja, dat kan je zomaar gebeuren bij een bezoek aan de Kerstman in Fins Lapland. Het is ons overkomen op het moment dat we Santa Claus Village in Rovaniemi bezochten. Terwijl de laatste restanten sneeuw en kerstversieringen verwijderd werden, begaven wij ons samen met een handjevol toeristen in het bijna verlaten kerstdorp. Hier en daar zag je nog een rendier lopen, maar ik vermoed dat de arrenslee inmiddels in de zomerberging was gezet en dat Rudolph het rendier en zijn soortgenoten al aan een welverdiende vakantie waren begonnen.


Waar je daar ook loopt, overal klinkt kerstmuziek. Dat is even wennen in mei. Ook al is het kerstdorp een commerciële aangelegenheid, je kunt er heerlijk rondneuzen tussen talloze souvenirs en te voet de poolcirkel oversteken, want de poolcirkel loopt dwars door Santa Claus Village. 


Het (post)kantoor van de Kerstman bevindt zich in het dorp en wie dat wil kan de goedgemutste man ontmoeten en ervoor kiezen om samen met hem op de foto te gaan.

Het kantoor van de Kerstman.
Voor wie het koud heeft is er een ruim assortiment
aan winteraccessoires.

In het postkantoor is er keuze uit een megacollectie kerstkaarten die daar ter plekke geschreven kunnen worden. Daarna worden ze voorzien van een bijzonder stempel van het kerstdorp en kun je ze meteen in de brievenbus deponeren, ook al is het pas half mei. Natuurlijk hebben wij een aantal kaaren geschreven en daar gepost. We waren erg benieuwd of ze inderdaad met de kerstdagen in Nederland aan zouden komen, dan zou het immers een half jaar later zijn, maar de kaarten kwamen keurig op tijd aan. Het postsysteem van de Kerstman blijkt goed te werken. Voor familie en vrienden was het een complete verrassing dat ze een kaart vanuit Rovaniemi toegestuurd kregen, we hadden niemand verteld dat we daar in mei kerstkaarten hadden verstuurd.

Een brievenbus voor de dagelijkse post en 
een brievenbus voor de kerstpost.

Kinderen vanuit de hele wereld kunnen de Kerstman een brief sturen. In de brieven melden de kinderen allerlei nieuwtjes of vragen de Kerstman naar zijn bezigheden in het kerstdorp en stellen ze vragen over Rudolph en de overige rendieren. Advies vragen bij problemen is ook een van de briefonderwerpen en daarnaast ontvangt de Kerstman natuurlijk ook de nodige lijstjes met wensen. De goede man ontvangt brieven vanuit bijna 200 landen. In de kerstperiode van 2012 ontving de Kerstman 500.000 brieven, mailtjes, kaarten en pakketjes en alles bij elkaar opgeteld waren dat de afgelopen 30 jaar bijna 16 miljoen exemplaren. Een drukte van jewelste dus voor de Kerstman en zijn elfengevolg. 


Wie ooit in de buurt van het kerstdorp komt, leg een bezoek af, al is het alleen maar om de sfeer te proeven. In de winter, als er sneeuw ligt, zal het er vast en zeker veel sprookjesachtiger uitzien, maar wij hebben er, ondanks dat het half mei was en er in het dorp zo goed als geen sneeuw meer lag, een plezierige dag doorgebracht. Een ding is zeker: aan het einde van een dag Santa Claus Village kun je voorlopig geen kerstmuziek meer horen.


Kerstkaarten schrijven in het postkantoor van de Kerstman,
het blijft een hele klus, ook in mei.

 


















dinsdag 29 oktober 2013

Toepasselijk


Waar zal ik beginnen? Ik ben blij, ik ben trots, ik zweef vandaag even door het leven heen. Mijn echtgenoot en ik stonden midden op een parkeerplaats bij het winkelcentrum in onze woonplaats toen we het te horen kregen. Het liefst had ik een rondedans over de parkeerplaats gemaakt en een paar luide uitroepen van blijdschap willen slaken. Maar ja, dan kijkt iedereen je zo vreemd aan. Het was iets waar we al lange tijd op hadden gewacht. Iets wat voor de nodige spanning en een tikkeltje nervositeit zorgde. Het bericht dat het eindelijk zover was, zorgde ervoor dat we glunderend en grijnzend als een idioot door het winkelcentrum liepen en ons te buiten wilden gaan aan het kopen van allerlei leuke presentjes.

Een van de bijzondere en nu toepasselijke beelden
in het Vigeland Beeldenpark in Oslo.

Wat is er aan de hand? Vandaag is onze kleindochter geboren. Een piepklein, schattig meisje met een wipneusje, minuscule handjes en vingertjes, en oogjes die af en toe opengaan en naar je kijken wanneer je iets tegen haar zegt. Norah, heet ze en Norah betekent ‘trots’. We vinden het een prachtige naam die weergeeft hoe iedereen om haar heen zich voelt. Onze kleinzoon, Luca, van zes is plotseling haar grote broer geworden. En hij is erg trots op zijn nieuwe status. Luca betekent trouwens ‘licht’. Wat zijn het allebei toepasselijke namen, want onze twee kleinkinderen zijn lichtpuntjes in ons bestaan waar we erg trots op zijn. Mooier kan het niet…

zaterdag 19 oktober 2013

I hope you dance

Jullie zouden ons ’s morgens eens moeten horen wanneer mijn echtgenoot en ik frisgewassen en al dan niet goed wakker (gelukkig geen last van ochtendhumeur) achter onze dagelijkse boterham met appelstroop en onze kom yoghurt met cornflakes aan de ontbijttafel zitten. Kort daarvoor hebben wij de nieuwsberichten gehoord (daar zou je meestal spontaan een ochtendhumeur van krijgen) en tijdens het ontbijt geven wij onze ongezouten mening over dit nieuws. We voeren gesprekken over politiek, misstanden, het zinloze geweld, over het leven in het algemeen, ook over de dood, over ons leven, onze familie, onze (klein)kinderen. Soms dwalen we zo ver van het oorspronkelijke gespreksonderwerp af dat we niet eens meer precies weten hoe we op een bepaald onderwerp terecht zijn gekomen. Het is ’s morgens in ieder geval nooit saai bij ons aan tafel. Stel dat iemand een camera bij ons zou plaatsen, dan is Nederland volgens mij een reality soap rijker.

Ooit was alles anders...

Wat het laatste onderwerp betreft – onze (klein)kinderen – hebben wij het er samen wel eens over in wat voor andere wereld zij leven en opgroeien dan mijn man en ik zijn opgegroeid. Hij en ik zijn beschermd, of misschien beter gezegd, afgeschermd opgegroeid. Diepgaande gesprekken met onze ouders werden er niet gevoerd. Televisie was in die tijd een vrij nieuw fenomeen (ja, wij stammen écht uit dat tijdperk). Het beeld was zwart-wit en we mochten af en toe naar verantwoorde kinderprogramma’s kijken. Het wereldnieuws ging aan ons voorbij en reclamespots met kronkelende, wulpse dames, bestoven door een of ander peperduur parfum en mannen met ontbloot bovenlichaam die eveneens een verleidelijke geurlijn aanprezen of een slok van een verfrissend drankje namen bestonden toen nog niet, volgens mij. Videoclips met schaars geklede dames die zich al net zo, of nog erger, bewogen als de parfumdames, kwamen ook nog niet op het tv-scherm voorbij. En gewelddadige games? Nooit van gehoord. Wij konden ons als kind niet de hele dag achter een beeldscherm verschansen om zoveel mogelijk geweld te veroorzaken. Wij speelden in die tijd nog buiten. En de enige gewelddadige spelletjes die wij speelden waren de politieagent die op boeven joeg of een cowboy- en indianengevecht, waarbij de pijltjes met zuignap ons om de oren vlogen en als we geluk hadden bij iemand op het voorhoofd bleven plakken. 

Ja, er is vergeleken met toen wel het een en ander veranderd. Toen ik kind was hadden mijn ouders een tegeltje aan de muur hangen waarop een gebed stond afgebeeld, het ‘Gebed voor mijn kinderen.’ Er kwam een zin in voor die ik als kind niet begreep: Ik vraag U niet mijn kinderen elk verdriet te besparen. Welke ouder vond het goed dat zijn kind verdriet had? Dat was voor mij als kind een volkomen raadsel. In de loop der jaren is de betekenis van die tekst mij natuurlijk allang duidelijk geworden. Onze eigen kinderen staan inmiddels al geruime tijd op eigen benen en hebben zo ieder hun strubbelingen meegemaakt. Als ouder wil je je kind niet verdrietig zien. Je probeert je kind dan zo goed mogelijk tot steun te zijn en hoopt dat ze, elke keer als ze iets moeten doorstaan, niet bij de pakken gaan neerzitten en wijzer en volwassener uit de situatie tevoorschijn zullen komen. En wanneer alles weer op de rails is, ze het leven extra zullen waarderen, het leven blijven omarmen, en ik geloof dat ze dat tot nu toe gelukt is. Zij dansen, zoals de onderstaande tekst het verwoordt. 

Voor onze (klein)kinderen: 
 


 





maandag 2 september 2013

Plotseling is alles anders

Sinds een paar jaar hebben mijn echtgenoot en ik het idee opgevat om nieuwe ringen voor onszelf te kopen die onze trouwringen zouden kunnen vervangen. Op het moment dat we jaren geleden besloten samen verder door het leven te gaan, hechtten wij natuurlijk veel waarde aan de trouwringen. Maar na enkele decennia samen lief en leed te hebben gedeeld, voelden we er allebei iets voor om onze trouwringen, die toch niet meer zo goed om onze vingers pasten, te vervangen door nieuwe ringen die onze liefde voor elkaar en alles wat we samen hebben meegemaakt zouden symboliseren. Toch werd het uitzoeken van nieuwe ringen voortdurend uitgesteld. Bovendien konden we niet direct ringen vinden die ons, wat ontwerp betreft, aanspraken en bij ons pasten. Maar afgelopen zaterdag was het zover, we hebben nieuwe ringen uitgezocht uit een collectie die Lapponia heet. Een sieradencollectie geïnspireerd door de natuur in noordelijke landen. Toepasselijker kan het niet, gezien onze voorliefde voor deze landen.

Waarom dat moment er nu was, het moment dat we besloten voor nieuwe ringen te gaan? Mijn blik dwaalt naar een kaart die we toegestuurd hebben gekregen en ik lees de laatste regel van een gedicht dat voor op de kaart staat afgebeeld: Warm je aan mensen die met je zijn begaan.
Die ene zin springt eruit en we weten precies wat ermee bedoeld wordt. Ik zal het proberen uit te leggen.

Mijn man en ik verkeren op het moment in een soort van vreemde droom- en beduusdfase. Sinds een kleine week weten we wat er aan de hand is, maar dringt het niet goed tot ons door. Het is allemaal zo onwerkelijk. Plotseling is hij een van de velen. Een van de velen waarvan je hoopte dat hij daar nooit bij zou horen. Plotseling is je man kankerpatiënt en is alles anders. Een tumor in zijn blaas. Een ontzettend eng idee.
We weten dat ze tegenwoordig over veel goede middelen beschikken om dergelijke aandoeningen te lijf te gaan en daar vertrouwen we op. We proberen positief te blijven, dat zit nou eenmaal in ons. We voeren lange gesprekken, er vloeit zo nu en dan een traantje of we janken onze frustraties en angsten eruit, om het zo maar even te noemen. Daarnaast houden we onszelf met af en toe wat humor op de been. Humor en tumor, het scheelt maar één letter, maar we zijn ervan overtuigd dat we het woord dat met een ‘t’ begint niet te lijf kunnen gaan zonder het woord dat met een ‘h’ begint.

En al net zo plotseling zijn wij niet de steun en toeverlaat voor onze kinderen, maar zijn onze dochters en hun gezinnen onze steun en toeverlaat. Zij waren al lang volwassen, maar we beseffen nu dat ze inderdaad écht volwassen zijn geworden. Ze zijn met ons begaan, helpen ons niet alleen met praktische zaken, maar schenken ons ook de nodige warmte en liefde. Het voelt als een warm bad.
Wat er verder ook gebeurt, we gaan ervoor. Kniezen is verliezen. En hoe vreemd het misschien ook klinkt, we lachen nog elke dag wel ergens om. Samen of met anderen. We warmen ons aan de mensen die met ons zijn begaan en zij moeten zich, ondanks alles, ook aan ons kunnen warmen.

Dit was het moment om ringen uit te zoeken die symbool kunnen staan voor alles wat we samen hebben meegemaakt en voor alles wat er nog komt. Ringen die symbool kunnen staan voor ‘ons’.
 

maandag 19 augustus 2013

Steengoed

Stenen, schelpen, stenen, dennenappels, drijfhout, nog meer stenen… In en rondom ons huis vind je onze vondsten uit de Scandinavische natuur. Tijdens wandelingen in de Scandinavische bergen, bossen en langs stranden ga ik meestal gebukt onder het gewicht van wat ik met me meesleep. Nee, het zijn geen zorgen waar ik dan gebukt onder ga (al komt dat natuurlijk ook wel eens voor), maar ik bezwijk soms bijna onder de stenen, schelpen en andere voorwerpen die in mijn ogen regelrechte cadeautjes uit de schatkamer van de natuur zijn. Mijn jaszakken, vestzakken, mijn rugzak, alles waarin maar ruimte is, prop ik vol met de natuurlijke kostbaarheden. Geen idee wat ik er precies mee ga doen, maar zoiets moois laat je toch niet liggen? Het liefst zou ik grote keien mee naar huis slepen om in onze tuin te deponeren. Helaas heeft Kermit, onze kleine, groene camper, daar geen ruimte voor. Omdat we niet willen dat Kermit ook onder een al te zware last gebukt gaat, hou ik het bij een beschaafd formaat steen.



Eenmaal thuis wordt alles aan een grondige inspectie onderworpen en zonodig schoongemaakt. Daarna is het bekijken wat ik ermee ga doen. Een tijd terug heb ik in Noorwegen een hobbyboek gekocht waarin voorbeelden staan hoe je van natuurlijke materialen allerlei leuke dingen kunt maken en dus sloeg ik aan het beschilderen van enkele stenen. Ik ben helemaal geen type die zomaar even iets (be)schildert, maar ik kwam tot de ontdekking dat ik het een leuke bezigheid vind. Ach, misschien is het resultaat wat amateuristisch, het levert in ieder geval een stukje ontspanning naast het schrijven op en ik hou er ook nog leuke decoratie aan over.


En behalve dat is iedere steen, schelp, dennenappel enz. een herinnering aan een mooie plek ergens in het noorden. En wanneer we aan die plek terugdenken komen vanzelf de verhalen los. We verzamelen herinneringen in de vorm van de natuur en het liefst zo veel mogelijk en zo mooi mogelijk. We zeggen wel eens tegen elkaar: voor later, als we om wat voor reden dan ook niet meer in de gelegenheid zijn om te reizen en met een goed gevoel op onze belevenissen terug kunnen kijken. 
Maar wat is later? Later is nu. Dat hebben wij al lang ontdekt. Vooral nadat we afgelopen weerk geconfronteerd werden met hoe belangrijk gezondheid is en met onze neus op een harde werkelijkheid werden gedrukt. Dat maakt dat wij het 'later' zo snel mogelijk naar ons toe willen trekken en, net zoals mijn jaszakken, vestzakken en mijn rugzak, vol willen proppen met steengoede herinneringen. Want als je wacht tot later, kom je misschien te laat tot de ontdekking dat later al geweest is.




                     

                                         




dinsdag 2 juli 2013

Real Heroes

Help! Wat hoog! Ik sta op de hangbrug die toegang geeft tot het Norsk Industri-arbeidermuseum en kijk de 84 meter diepe smalle kloof in. Ik voel een vreemde kriebel ter hoogte van mijn maagstreek. We hebben wel bij diepere ravijnen gestaan maar als je van bovenaf recht naar beneden in de diepte kijkt voelt het toch anders dan aan de rand ervan staan. Je kunt hier bungeejumpen. Ik staar naar het kleine plateau aan de zijkant van de brug waar je van af moet springen en weet het zeker, bungeejumpen is beslist niet voor mij weggelegd. Volgens mij moet je dan over een ware doodsverachting beschikken. Het zal heus wel een enorme kick geven en misschien voel je je vrij als een vogeltje wanneer je aan een lang elastiek door de lucht suist, toch ben ik blij dat deze bezigheid niet op ons programma staat.

De hangbrug over de kloof bij Vemork.
Liever op de brug dan aan een elastiek
aan de brug.

Wat wel op ons programma staat is een bezoek aan het op een steile berghelling gelegen Norsk Industri-arbeidermuseum in het Noorse plaatsje Vemork. Voordat we hier arriveerden hebben we onszelf eerst een tijdje in de weldadige stilte van het Nationale Park Rondane ondergedompeld en hebben we een gedeelte van de prachtige Peer Gyntweg gereden. 

Nationaal Park Rondane. (Deze en de 2
volgende foto's.)





Schilderachtig tafereel langs de Peer Gyntweg.

Maar nu vinden we het tijd worden voor een stukje historie. Vemork ligt een paar kilometer van het levendige stadje Rjukan verwijderd. Het museum dat in 1911 in gebruik werd genomen als destijds ’s werelds grootste waterkrachtcentrale draagt een bijzondere geschiedenis met zich mee. In mijn vorige blog noemde ik al de film The Heroes of Telemark, met o.a. Kirk Douglas, waarin een aantal Noren in samenwerking met de geallieerden tijdens de Tweede Wereldoorlog een aanslag op de centrale plegen. De waterkrachtcentrale werd vanwege het zogenaamde zwaar water door de Duitsers bezet gehouden. De Duitsers hadden dit water nodig om een atoombom te kunnen produceren en dat moest ten allen tijde voorkomen worden. Zodoende werd er een aanslag beraamd en uitgevoerd. De aanslag vertraagde de productie van het water. De Duitsers besloten een tijd later vaten met zwaar water Noorwegen uit te transporteren. De veerboot die de vaten vervoerde werd door de Noren tot zinken gebracht. Op die manier kon een grote ramp voorkomen worden. Bij deze actie kwamen helaas ook burgers om. Net zoals bij een door de Amerikanen uitgevoerd bombardement op de centrale en andere industriële gebouwen in Vemork.

De waterkrachtcentrale in Vemork.
Vemork.
Het indrukwekkende interieur in de waterkrachtcentrale.


Voor wie echt een goed beeld van deze geschiedenis wil hebben is een bezoek aan het museum de moeite waard. Behalve dat het museum laat zien hoe vroeger energie werd opgewekt, word je in woord en beeld met het roerige oorlogsverleden geconfronteerd. En niet alleen het oorlogsverleden om en nabij Rjukan maar ook op ander plaatsen in de wereld. De bijbehorende foto’s liegen er niet om. Eigenlijk weet je dit alles al, maar toch is het nog steeds iets om stil van te worden en besef je eens te meer wat voor een waanzin oorlogvoeren is. 
In een filmzaal bekijken we een film die ons doet denken aan een documentaire die een tijd geleden op Discovery Channel werd uitgezonden: The Real Heroes of Telemark, waarin de Noren die de aanslagen hebben gepleegd zelf aan het woord komen. De mannen hielden zich lange tijd verscholen op de immense hoogvlakte, de Hardangervidda. Ze waren goed bekend met de omgeving en de soms barre omstandigheden en hadden daardoor een voorsprong op de vijand. Vanuit een kleine hut onderhielden ze radiocontact met de geallieerden. De hut is nu een bezienswaardigheid bij het museum. Ik vond het destijds een indringende documentaire en dat geldt ook voor de film in het museum. Het voelt vreemd om op de plek aanwezig te zijn waar deze geschiedenis zich heeft afgespeeld. 
Deel 1 van de documentaire vind je hieronder. 



De documentaire bestaat uit meerdere delen die je naast deel 1 in de zijlijn op YouTube vindt. 

De kleine hut van waaruit radiocontact met de
geallieerden werd onderhouden.
(Foto gemaakt in museum.)

(Foto gemaakt in museum.)

De hut staat tegenwoordig bij het museum.

Gedenksteen voor de mannen die bij de aanslag
betrokken waren.

Het museum biedt ook wisselende tentoonstellingen. Dit keer hangen er foto’s van de Amerikaanse fotograaf Phil Borges met als thema: Stirring the Fire. Het zijn zeer aansprekende foto’s van vrouwen en meisjes in voornamelijk ontwikkelingslanden die dankzij de humanitaire organisatie CARE een ommekeer in hun leven hebben gemaakt. De organisatie moedigt vrouwen en meisjes aan een beter leven voor zichzelf en hun naasten te creëren. Ik heb grote bewondering voor mensen die op wat voor manier dan ook hulp in minder rooskleurige situaties bieden. Voor mij zijn dat ook Real Heroes
In een ander gedeelte van het museum is de industriële ontwikkeling van Noorwegen en de rest van de wereld te volgen, van enkele honderden jaren geleden tot aan de tegenwoordige tijd. Industrie heeft arbeidsplaatsen en welvaart gebracht maar kent ook vele misstanden, zoals kinderarbeid. Aan dit laatste onderwerp wordt ruimschoots aandacht besteed. De foto’s van kinderen in de meest belabberde werkomstandigheden zijn zo mogelijk nog pakkender dan de foto’s van de zojuist genoemde tentoonstelling. Kinderen van vier jaar die in een fabriek werken waar lucifers geproduceerd worden, jongens van een jaar of twaalf werkzaam in mijnen, jonge meisjes in de prostitutie. Ook dit wisten we allemaal al en toch doet het steeds weer pijn om te zien. Het zijn vooral de ogen van de kinderen die op de foto’s staan afgebeeld. Ogen vol leed. Ogen die lijken te zeggen: wij horen kind te zijn, maar waarom hebben wij die mogelijkheid niet gekregen? Het museum geeft hiermee een signaal af, geeft een boodschap mee, en dat is een goede zaak.

Vol opgedane indrukken verlaten we het mooie oude gebouw en in gedachten loop ik naast mijn echtgenoot over de hangbrug naar de overkant van de diepe kloof. De kloof lijkt plotseling symbool te staan voor de kloof tussen arm en rijk. Een kloof die te overbruggen is, al zal dat niet altijd makkelijk zijn. Gedachten tuimelen door mijn hoofd. Misschien kan ik iets doen. Ik roep al zo lang dat ik op dat gebied iets wil doen. Hoe weet ik nog niet precies, daar ga ik over nadenken. En met die gedachte eindig ik de laatste blog over mijn rondreis door het noorden. Een mooie gedachte om de reis mee af te sluiten.





















donderdag 27 juni 2013

Heimwee, Hurtigruten en haringsalade

In plaats van via ons favoriete vakantieland Noorwegen hebben we ervoor gekozen om door Zweden naar het zuiden af te zakken. Nu hoor ik sommige mensen denken: wat doen die twee Noorwegen-verslaafden in Zweden? We kunnen ons in Zweden sneller verplaatsen dan via de Noord-Noorse wegen.

Poolcirkel bij het Zweedse Jokkmokk. 

We kennen Zweden van eerdere reizen en de immense wildernis en uitgestrektheid van Zweeds Lapland bevalt ons wel. Het is uniek dat er in Europa nog een gebied met zo veel ongerepte wildernis bestaat. Wel is het goed uitkijken voor overstekende rendieren. Onderweg zien we een ongeval waarbij een rendier is aangereden en levenloos in de greppel naast de weg ligt. Een erg nare aanblik. Een groepje motorrijders en een paar automobilisten staan beduusd op een plek langs de weg waarop stukken vacht en glas verspreid liggen. Een politieauto komt aangesneld en even later ook een ambulance en een traumahelikopter. We vervolgen ietwat geschrokken onze weg, dit keer nog meer op onze hoede dan anders.


Pittoresk kerkje aan het water in Noord-Noorwegen.
Rudolph heeft geen haast.
Serene stilte bij Jokkmokk.

We komen veilig en wel op een kampeerplek dicht bij het Zweedse Jokkmokk aan, dat net boven de poolcirkel ligt. Boven het spiegelgladde water dat aan deze plek grenst, rijzen aan de horizon beboste bergen op en daarachter besneeuwde soortgenoten. Daarboven hangt een late avondzon en ertegenover staat een grote halve maan aan een bijna wolkenloze hemel. Het is er doodstil. Ik weet nu al dat ik de intense stilte ga missen zodra we huiswaarts keren. Waar wij wonen is het nooit echt stil. Ik heb bij voorbaat heimwee naar deze stilte. 
De temperatuur is aangenaam in Jokkmokk. Tijdens ons bezoek aan Berlevåg, dat in het uiterste noorden van Noorwegen ligt, was dat wel anders. Ach ja, Berlevåg… Ik noemde dit plaatsje al in mijn vorige blog, een klein vissersdorp aan de Barentszzee waar het naar vis ruikt, met ietwat verwaarloosde huizen, een paar winkeltjes, een kerk, oude, houten gebouwen die in verregaande staat van ontbinding verkeren en machtige golfbrekers waarbinnen de beschutting ervan de aanlegplaats voor de Hurtigruten ligt. De Hurtigruten is de scheepvaartmaatschappij die dagelijks van zuid naar noord en vice versa langs de Noorse kust vaart en vracht en passagiers vervoert. In mijn boek Midzomerliefde wordt er ook over gesproken.

Een Hurtigrutenschip komt in Berlevåg aan.
Berlevåg aan de Barentszzee.

Wat de golfbrekers betreft heeft het ongeveer 100 jaar geduurd voordat men voor Berlevåg de juiste constructie had bedacht om het dorp eindelijk tegen razende stormen met golven van soms bijna 10 meter hoog te beschermen. De golfbrekers zijn in de jaren zeventig voltooid en bestaan uit een enorme hoeveelheid loodzware tetrapods die zo zijn neergelegd dat de zee er geen grip op zou moeten krijgen. Toch is er twee jaar geleden 14 meter weggeslagen, wat aangeeft hoe krachtig een combinatie van zee en wind kan zijn. 

We hebben een paar interessante uurtjes in het plaatselijke havenmuseum doorgebracht waar we de enige bezoekers waren. Het museum laat de historie van Berlevåg en de bouw van de golfbrekers zien. Een nogal schuchtere jongeman vertelde ons diverse wetenswaardigheden over deze onderwerpen. Hij liet ons een grote, houten open boot zien. Het vaartuig had nog het meest weg van een enorme sloep, maar dan met veel hogere zijwanden. De boot werd vroeger gebruikt om passagiers en vracht van en naar het Hurtigrutenschip te brengen. De passagiers klommen via een ladder het Hurtigrutenschip op of af en bij stormachtig weer werden ze in een soort van canvas mand aan boord gehesen. Dat gebeurde tot een jaar of 40/50 geleden nog steeds. De bewoners van Berlevåg zijn maar wat blij dat er nu een nieuwe Hurtigrutenkade in de beschutting van de golfbrekers is aangelegd zodat ze veilig aan en van boord kunnen stappen en daar kan ik me wel iets bij voorstellen. In gedachten zie ik me al tussen twee hevig schommelende schepen in zo’n mandje boven zee bungelen... 

Vanaf de camping in Berlevåg, waar wij bivakkeren, is er zicht op de golfbrekers en de Hurtigrutenkade en helaas ook op het ernaast gelegen terrein waar scheepswrakken en andere niet meer bruikbare materialen een laatste rustplaats gevonden hebben, oftewel een enorme rommel waarbij niemand schijnt te denken: moet dat niet eens opgeruimd worden? ‘s Avonds speelt er een band in een naast de camping gelegen gebouw, een kruising tussen hardrock en iets ondefinieerbaars. Het klinkt niet al te best maar de Noorse dames schijnen zich, zo te horen, goed te vermaken.

Berlevåg.


Het plaatselijke warenhuis in Berlevåg.


Wanneer we Berlevåg achter ons laten en de werkelijk schitterende kustweg volgen, passeren we Veines, een piepklein schilderachtig dorp waar we een heuvel beklimmen om het uitzicht over de zee en het omringende berglandschap te bewonderen. De lichtval in deze noordelijke streken is altijd bijzonder en alleen dat al maakt alles tot een prachtig plaatje. Boven op de heuvel blijken, zonder dat we het wisten, de restanten van een Duits fort uit de Tweede Wereldoorlog te liggen waar zo’n 350 Duitsers gelegerd waren. We kijken een beetje ongemakkelijk om ons heen. De afkeer van Duitsers zit bij de Noren soms nog diep geworteld, hebben wij ontdekt. Berlevåg is evenals zo veel andere Noorse plaatsen aan het einde van WOII door de Duitsers verwoest. We hebben het idee dat Noren ons nog wel eens voor Duitsers aanzien, we hebben namelijk wel eens vreemde reacties meegemaakt, van onbeleefd negeren als je iets vriendelijks zegt of vraagt tot het demonstratief onze boodschappen op de lopende band van de supermarkt gooien. Ook de eieren. Dit soort taferelen gebeurt lang niet overal, maar toch net iets teveel naar onze zin. Het is natuurlijk gissen wat de oorzaak van dergelijke reacties is maar onze taal lijkt, in de oren van buitenlanders, veel op de Duitse taal, dus de verwarring is snel gecreëerd. Zodra Noren erachter komen dat je uit Nederland komt draaien ze bij als een blad aan een boom en zijn ze de vriendelijkheid zelve. Misschien moeten we voortaan oranje T-shirts aantrekken waarop ‘Holland’ staat. 
Er loopt een Duits stel tussen de ruines rond. We vragen ons al tijden af hoe Duitsers zich bij dit soort confrontaties moeten voelen. De huidige generaties kunnen er niets aan doen wat er vroeger gebeurd is, maar ze dragen wel de erfenis ervan mee. Het voelt, ondanks het mooie uitzicht, niet als een prettige plaats en we besluiten weer naar beneden af te dalen.

De prachtige kustweg naar Berlevåg.
Het schilderachtige Veines.
Veines.
Restanten van een Duits fort.

Een bezoek van een heel ander kaliber is het bezoek aan een café/winkeltje in het nabijgelegen Kongsfjord. Het is alsof je terug in de tijd stapt zodra je er een voet over de drempel zet. We worden vriendelijk welkom geheten door een blonde dame die meteen vraagt waar we vandaan komen en daarna een waterval van woorden op ons loslaat. Ze vertelt dat het gebouwtje in de jaren twintig een winkel was en daarnaast ook nog een aantal andere functies had zoals postkantoor e.d. Het is al jaren in het bezit van haar familie. Ze maakt koffie en wafels voor ons terwijl wij ondertussen het knusse gebouwtje, waar van alles aan koopwaar uitgestald staat, van beneden naar boven verkennen. Tegen de tijd dat de wafels gebakken zijn, heb ik natuurlijk alweer iets gevonden wat ik mee naar huis wil nemen. 
We laten ons de wafels en de koffie goed smaken en de dame babbelt tussendoor gezellig met ons. Ze fabriceert zelf sinaasappelchutney en haringsalade en heeft ook nog wat kaassoorten liggen. Of we willen proeven? Zonder ons antwoord af te wachten snelt ze naar achteren en komt terug met een plankje waarop de bovengenoemde etenswaren ons verleidelijk aankijken. De chutney en de haringsalade zijn verrassend smakelijk. We gissen naar de ingrediënten van de salade. We proeven behalve haring, ui, iets van karamel en… geen idee…

Het café/winkeltje in Kongsfjord.

Voor wie een origineel cadeau voor een
echte koukleum zoekt.

“Er zit een beetje drank in,” lacht de dame. Aha, dat zal het niet te beschrijven ingrediënt zijn. We gaan overstag. Gewapend met mijn in de winkel gevonden souvenir en een bakje overheerlijke haringsalade verlaten we opgetogen het pittoreske plaatsje om ons in honderden kilometers Laplandse wildernis te storten en uiteindelijk in het Zweedse Jokkmokk aan te komen. Van daaruit gaat de reis verder naar het zuiden en schieten we ter hoogte van het Femundmeer (uit mijn boek Julie’s liefde) Noorwegen weer binnen en doen het prachtige Nationale Park Rondane en Rjukan aan. In Rjukan bezoeken we het Noorse Industri- arbeidermuseum, dat een waterkrachtcentrale is geweest die in WOII een grote rol heeft gespeeld. Wie de film The Heroes of Telemark gezien heeft, weet wat ik bedoel. Maar daarover volgende keer meer, want deze blog is alweer veel en veel te lang geworden.

De Inlandsbanan stopt bij Jokkmokk rustig een uur
om de passagiers bij een restaurant te laten eten.
Creatie van de Zweedse kunstenaar Bengt Lindström
op stuwdam bij Jokkmokk. 
Zittend boven op de poolcirkel
bij Jokkmokk.