zaterdag 31 mei 2014

Zomer in Noorwegen

Precies een jaar geleden bungelde ik met mijn voeten in de Noorse Zee, iets ten zuiden van de poolcirkel. Er heersten overdag zomerse temperaturen en zelfs ’s avonds laat was het nog warm genoeg om in je korte broek buiten te kunnen zitten. De zon blijft in deze tijd van het jaar op die breedtegraad veel langer schijnen dan bij ons, dus daar profiteerden wij volop van. Maar hij verdwijnt daar 's nachts nog wel voor korte tijd achter de horizon, dus nét geen middernachtzon, al wordt het in ieder geval niet meer donker. Voor de middernachtzon moet je bóven de poolcirkel zijn. Daar schrijf ik later nog een keer iets over.
Waarom ik dit dan allemaal vertel? Ik krijg regelmatig de vraag: “Noorwegen? Daar is het toch altijd koud?” 
Welnee, niet altijd! Ja, natuurlijk kan het er koud zijn, maar dat is het in Nederland soms ook nog in mei en juni. 

's Avonds om 22.30 u. nog met je voeten in de Noorse Zee bungelen.
(Deze en onderstaande foto: langs weg nr. 17, Noorse westkust.)


Toch zijn er wel een aantal dingen waarmee je rekening moet houden. Trek je de Noorse bergen in, dan kunnen de weersomstandigheden soms snel omslaan en kan de temperatuur ineens flink dalen. Dus altijd warme en waterdichte kleding meenemen. 

In korte broek op de besneeuwde Haukelifjell.

Blote benen boven op de Haukelifjell. Dat moet worden vastgelegd ;-)

Op de Noorse eilandengroep Lofoten, om maar iets te noemen, is de gemiddelde zomertemperatuur 12 °C. Maar er zijn natuurlijk uitschieters naar boven… en naar beneden.

Onder zomerse omstandigheden op een veerpont boven de poolcirkel.
Een minicruise!

Ook in het noorden vind je prachtige strandjes
die het zomerse gevoel versterken.

In het noorden van Noorwegen kan het wel degelijk mooi zomerweer zijn. Vorig jaar was het op het moment dat wij ons in Karasjok bevonden, Noors Lapland, rond de 23 °C en bijvoorbeeld bij Bodø, aan de westkust, was het al net zo warm. Al met al hebben wij toen drie weken zomerse temperaturen gehad. Een cadeautje! 
En de Noordkaap en alles wat op die breedtegraad ligt? Tja, dat is een verhaal apart. De gemiddelde zomertemperatuur is daar 10 °C, maar uiteraard ook met uitschieters naar zowel boven als beneden. Het kan er heerlijk zonnig zijn met een strakblauwe hemel, maar het kan er ook bar koud zijn, rond het vriespunt, het kan er stormen (en dan ook echt stormen), regenen, er kan natte sneeuw vallen, noem maar op. Een kwestie van geluk hebben, maar dat geldt eigenlijk voor het hele land. Ook in veel zuidelijker gelegen gebieden kan het in juni nog sneeuwen. Half juni werden we een keer 's morgens wakker en lag er een vers laagje sneeuw op de camping in de buurt van Sollia, provincie Hedmark, waar wij verbleven. De goedlachse campingeigenaar vroeg of we op wintersport of zomervakantie waren en liet ons de helft van het campingtarief betalen omdat hij nogal medelijden had met die twee Hollanders die de sneeuw van de voorruit van hun kleine camper moesten vegen en door de sneeuw naar het sanitairgebouw glibberden. Ook dat is zomer in Noorwegen.  

Tijdens een wandeling naar de Briksdal gletsjer schijnt de zon volop.

Bij mooi weer wordt er geroeid op het Oldevatn,
met een fantastisch uitzicht op de Noorse bergwereld.

Wij vinden het allemaal prima. Is het mooi weer, dan is dat meegenomen. Is het weer wat minder goed, jammer, maar dat kan gebeuren als je naar het noorden reist. Je gaat daar niet heen voor de zon, maar voor het natuurschoon en het actief bezig zijn. Wie daar rekening mee houdt, kan volop blijven genieten van alles wat hij onderweg tegenkomt en meemaakt.

Op een bankje in de zon is wachten op een veerpont
beslist geen straf te noemen.

De foto's zijn speciaal voor diegenen die nog steeds niet kunnen geloven dat het in Noorwegen ook mooi zomerweer kan zijn. Ik heb in ieder geval alweer zin in onze komende reis naar het noorden! Maar dan moet ik nog even geduld hebben.

woensdag 28 mei 2014

Roadtrippers, interview Kampioen ANWB

Een tijdje geleden plaatste de Kampioen van de ANWB een oproep op wat voor manier lezers dit jaar van plan zijn met vakantie te gaan. Ik, die mij voor had genomen niet meer op dergelijke oproepen te reageren, kon het weer eens niet laten om zonder medeweten van mijn echtgenoot de Kampioen toch een berichtje te sturen, waarin ik vertelde dat er bij ons in de planning staat om met een camper naar Noorwegen te reizen. 
Zowaar kreeg ik een mail terug dat het hen leuk leek om ons een interview af te nemen en een aantal foto's te maken. Dus heb ik heel voorzichtig mijn echtgenoot in moeten seinen dat wij waren uitgekozen voor een artikel in de Kampioen. Gelukkig was de schok niet zo groot (meer) voor hem. Misschien raakt hij eraan gewend dat hem het hemd van het lijf wordt gevraagd en hij met zijn hoofd op de foto moet na onze interviews in Zin Magazine, Vrouw Telegraaf en zeven jaar geleden ook al eens in de Kampioen. 


Vandaag kregen we voor het eerst de Kampioen onder ogen waarin het interview met ons en nog twee andere reizigers te lezen is. Het is een erg leuk artikel geworden! Maar vanaf nu neem ik me voor echt niet meer te reageren op dit soort oproepen... denk ik. 





zondag 25 mei 2014

De zee en de bergen als buren

Op weg naar Nusfjord.
Nusfjord op de eilandengroep Lofoten is een van de oudste en best bewaarde vissersdorpen van Noorwegen. Het pittoreske dorpje met zijn authentieke sfeer en de bijbehorende historie trekt ieder jaar duizenden bezoekers. Nusfjord ligt op een schilderachtige locatie aan een rotsachtige kust waar imposante, steile bergen uit het water omhoog rijzen. 


De weg naar Nusfjord belooft al veel goeds. Je rijdt als het ware tegen een muur van grillige, bijna loodrechte bergen aan. Je vraagt je af waar het dorpje dan wel mag liggen in dit imponerende landschap, maar achter die bergen doemen plotseling roodgekleurde rorbuer op, traditionele, Noorse vissershutten die op palen in het water zijn gebouwd. En even verderop is de ingang naar een lieflijk vissersdorpje: Nusfjord.   

Nusfjord.


Het dorp met zijn gekleurde houten huizen is een levend museum. Je vindt er o.a. oude vissershutten, een winkel, een bakkerij, botenhuizen, een smederij en een levertraanfabriek. Bij een bezoek aan Nusfjord zet je een stap terug in de tijd. Je wordt meegenomen naar het leven van 100 tot 140 jaar terug. De oude, houten gebouwen dateren uit, of zelfs van voor 1877 en uit begin 20e eeuw, ca. 1905 en 1910. 

Een botenhuis van voor 1877. Het gebouw werd gebruikt om
vissersbenodigdheden in op te slaan en bood onderdak aan kleine boten.
Een botenhuis, gebouwd tussen 1877 en 1888. Hier was plaats
voor grotere boten en tijdens drukkere perioden was het
niet ongewoon dat er vissers woonden.
Winkel uit 1907. De plaats voor de dagelijkse boodschappen,
de post of een praatje.
Levertraanfabriek, gebouwd rond 1910.

Ter plaatse laat een film zien hoe het er vroeger in Nusfjord aan toeging. Het vissersleven was zwaar. De vissers moesten met heel wat minder goede middelen dan tegenwoordig storm en kou trotseren om hun vangst veilig en wel aan wal te zien krijgen. In die tijd stonden er op de rotsen eindeloze rijen houten rekken waar stokvis aan te drogen hing. Uit ervaring weten wij dat één rek met stokvis al een indringende visgeur verspreidt, laat staan tientallen rekken bij elkaar. Er zal vroeger een niet te beschrijven vis-aroma in het dorp hebben gehangen, dat kan bijna niet anders. 
Er zijn bewijzen dat er al in de 5e eeuw een vissersnederzetting op deze plaats bestond. Het vissersleven is hier diep geworteld. 


Het vroegere vissersleven. (Foto: www.nusfjord.no.)
Rekken en rekken vol stokvis. (Foto: www.nusfjord.no.)
Stokvis was en is hét exportproduct van Nusfjord. Tegenwoordig
wordt er vanuit Nusfjord stokvis geëxporteerd naar Afrika, Amerika en Europa.

Voor huidige visliefhebbers zijn er de zogenaamde rorbuer te huur, zoals ik in het begin al noemde, traditionele vissershutten die op palen in het water zijn gebouwd. Bij een verblijf in een van deze hutten ben je van alle gemakken voorzien.



Om aan te geven hoe een bezoek aan Nusfjord ervaren wordt, een uitspraak van een makelaar die voor het Noorse tv-programma ‘Solgt’ (verkocht) zijn enthousiasme over de rorbuer en de omgeving op de volgende manier verwoordde: 

“I would like to spend next summer here to experience peace and quiet and meditate amid majestic scenery with the Lofot Sea and steep, rocky walls as my neighbours.” 

("Hier zou ik graag de volgende zomer door willen brengen om rust en een vredig gevoel te ervaren en om na te kunnen denken te midden van een majestueus landschap met als buren de Lofotenzee en de steile, rotsachtige bergwanden.")  

Ik denk dat ik daar niets meer aan toe hoef te voegen.







zaterdag 10 mei 2014

Een nieuw tijdperk

Ooit gehoord van de Rallarvägen, in het Engels de Navvy Trail? Wij hadden er wel eens van gehoord maar wisten er het fijne niet van totdat we ons verdiepten in dit onderwerp en we erachter kwamen dat er een wandeling bestaat die hiermee te maken heeft. 


Ruim honderd jaar geleden is de ca. 150 km. lange spoorlijn Malmbanan (‘malm’ betekent ‘erts’ in het Zweeds) aangelegd, een traject van Narvik in Noorwegen naar Kiruna in Zweden. De Noorse benaming is Ofotbanen. Voordat er met de bouw van deze spoorlijn door het onherbergzame gebied kon worden begonnen, werd er eerst een onverharde weg die parallel aan de huidige spoorlijn loopt naar de werkplek aangelegd. Via deze weg werden bouwmaterialen met paard en wagen vervoerd. In 1898 werd deze weg voltooid en vanaf dat moment werkten er 5000 arbeiders verdeeld over diverse bouwplaatsen vier jaar lang aan de spoorlijn en de benodigde tunnels. Dat was absoluut geen makkelijk karwei met de middelen waarover men toen beschikte. De spoorlijn die in 1902 in gebruik werd genomen was niet alleen belangrijk voor het vervoer van het uit Kiruna afkomstige ijzererts maar luidde ook het toeristische tijdperk in en om Abisko in, een prachtig gebied dat sinds 1909 een nationaal park is en ongeveer 200 km. boven de poolcirkel in Zweeds Lapland ligt.   

Spoorwegarbeiders ruim 100 jaar geleden. (Foto: brochure over Abisko.)

De spoorlijn Malmbanan.

Inmiddels ligt er ook een goede verharde weg parallel aan de spoorlijn, maar de oude, onverharde transportweg, bestaat nog steeds en is tegenwoordig een wandel- en mountainbikeroute die de Rallarvägen wordt genoemd. Deze Rallarvägen is 72 km. lang en loopt van het Zweedse Abisko tot aan Rombaksbotn in Noorwegen. 

Bij het startpunt van onze wandeling langs de oude transportweg.


Wij hebben onze rugzak omgesjord en besloten zo’n 17 km. ten westen van Abisko de Rallarvägen op te pikken om in de historie van de Malmbanan te kunnen duiken. Op het gedeelte over de Rallarvägen dat wij gevolgd hebben, passeer je overwoekerde overblijfselen van barakken waar spoorwegarbeiders verbleven, kom je de restanten tegen van wat ooit een brouwerij is geweest en nog wat zaken waarvan we niet precies wisten wat het voor moest stellen maar wel een vermoeden hadden. Behalve herinneringen uit het verleden passeer je mooie uitzichtpunten waar het goed toeven is. 

Schilderachtige uitzichtpunten. 

Uitzicht op het meer Torneträsk. 

Wat tijdens de wandeling de meeste indruk op ons heeft gemaakt, is het kleine afgelegen kerkhof in Tornehamn, dat op een heuvel midden in het bos ligt. Er liggen overledenen uit de periode van de bouw van de spoorlijn, mannen, vrouwen en kinderen. De bouw van het spoor bood tijdelijk werk en complete gezinnen vestigden zich in kleine nederzettingen langs dit traject. Op het moment dat de spoorlijn was voltooid, bleven deze nederzettingen verlaten achter. De keurig verzorgde witte, houten kruisen die over het kerkhof verspreid staan zijn stille getuigen van de mensen die zich in deze omgeving ophielden. Op de kruisen staan naam, datum van overlijden en land van herkomst vermeld, voor zover dat bekend was. De meeste mensen die er begraven liggen zijn destijds aan een tyfusepidemie overleden. Het leven moet toen hard en moeilijk zijn geweest. Bij een van de kruisen lag een recente kindertekening en stond er een potje met een plantje erin en een kaarsje erbij. Misschien ligt een van de voorouders van iemand hier begraven. 

Kerkhof in Tornehamn.


Anna. (Foto: www.geni.com.)

Een legende die verbonden is met de Rallarvägen is die van Zwarte Beer, een vrouw die als kokkin werkte in een van de kampementen langs de in aanbouw zijnde spoorlijn. Haar echte naam is Anna Rebekka Hofstad. Haar bijnaam kreeg ze toebedeeld van de Sami bevolking vanwege haar forse bouw, de kracht waarover ze beschikte en haar donkere haarkleur. Er doen diverse verhalen over haar de ronde, zoals dat ze bij een liefdesdrama betrokken zou zijn geweest. Ze zou zijn omgekomen tijdens een ruzie met een andere kokkin waarbij er werd gevochten om dezelfde man. Of ze is bezweken aan tuberculose. Niemand die het zeker weet. Op het kleine kerkhof staat een wit kruis met de naam ‘Anna’ afkomstig uit ‘Norge’ (zie foto hierboven.) Omdat haar identiteit en wat er precies met haar is gebeurd nogal onduidelijk is, blijft de legende tot de verbeelding spreken.

De huidige weg loopt parallel aan de spoorlijn.
De bekende Zweedse rotsformatie Lappporten op de achtergrond.

De weg loopt ook langs het grote meer Torneträsk.

Lappporten (ja, met 3 p's) ligt midden in de uitgestrekte wildernis.

Zoals altijd op een plaats waar een verhaal aan vastzit, is de historie er voelbaar en dat zet je tot nadenken over hoe het er vroeger geweest moet zijn. Over een ding waren we het samen eens, dankzij al deze mensen is het nu mogelijk, zonder al te veel moeite, in een schitterende omgeving rond te kunnen wandelen of als je dat wilt, het traject Narvik-Kiruna per trein te reizen. Wij voelden ons twee mensen uit het nieuw ontstane toeristische tijdperk die voor even terug in de tijd gezet leken te worden. Een wandeling langs een historische route heeft beslist iets. 

Meer weten over Abisko en omgeving? http://www.visitabisko.com/ 

In de omgeving van Abisko.
Het meer Torneträsk op de achtergrond.
















maandag 5 mei 2014

Drie woorden

Onze vlag hing vandaag vrolijk te wapperen in de lichte bries. Het vieren van onze vrijheid laten we niet onopgemerkt voorbijgaan. Wanneer ik door een straat fiets waar overal vlaggen en oranje slingers hangen, maakt me dat dankbaar en blij. Je voelt dan een bepaald soort saamhorigheid en dat woord doet me altijd denken aan een bijzonder verhaal. Ik heb ooit al eens een tipje van de sluier opgelicht toen ik iets vertelde over de historie van het plaatsje Honningsvåg op het Noordkaapeiland Magerøya. Op het moment dat de Duitsers de opdracht kregen zich aan het einde van de Tweede Wereldoorlog uit Noorwegen terug te trekken, hebben ze een spoor van verwoesting achtergelaten. De ‘tactiek van de verschroeide aarde’ zoals ik in mijn vorige blogpost al noemde. De bewoners van Magerøya moesten door deze actie gedwongen evacueren naar zuidelijk gelegen gebieden. Op Magerøya is werkelijk niets meer overeind blijven staan, op één gebouw na: de kerk in Honningsvåg. 

Honningsvåg.

De kerk van Honningsvåg stamt uit het einde van de 19e eeuw.

Na de oorlog werd van hogerhand het plan opgevat dat de kleinere dorpen op het eiland niet meer opgebouwd hoefden te worden en dat de bewoners zich beter in een grotere, centraler gelegen plaats konden vestigen. Natuurlijk waren de bewoners van deze dorpjes daar fel op tegen en dat kan ik me goed voorstellen. Dat er geen gelegenheid meer werd geboden om naar hun woonplaats terug te keren was moeilijk of niet te accepteren. Het plan is dan ook geen succes geworden. 

Skarsvåg, een van de vissersdorpen op Magerøya.

De kleurrijke haven van Skarsvåg.

Het feit dat de witte, houten kerk als een baken overeind was blijven staan tussen de restanten van wat ooit Honningsvåg was geweest, gaf de bewoners juist hoop en moed om aan de wederopbouw van hun woonplaats te beginnen. Een aantal mensen heeft zich na de oorlog in de kerk gevestigd om van daaruit met de bouw aan de slag te kunnen gaan. Als gevolg van het wonen in de kerk verscheen er een keuken en een bakkerij in het gebouw en werd er allerlei materiaal opgeslagen. 

Kerk Honningsvåg.

In de loop der jaren kreeg Honningsvåg gestalte en ontstonden er lang- zamerhand ook weer andere dorpen op Magerøya. Gelukkig zijn deze dorpjes niet voorgoed van de kaart weggevaagd, want ze geven in meerdere opzichten kleur aan het eiland. Het heeft meer dan twintig jaar geduurd voordat de laatste hand aan de wederopbouw werd gelegd. 

Een van de andere vissersdorpen: Gjesvaer.

Gjesvaer.

De kerk van Honningsvåg staat symbool voor hoop, moed en saamhorigheid. Die drie woorden kom je tegen in diverse beschrijvingen over deze periode in de geschiedenis van Magerøya. Ik denk dat het niet anders kan dan dat je in zo’n situatie inderdaad moet beschikken over een grote dosis hoop op een nieuw leven, moed om je plannen ten uitvoer te brengen en saamhorigheid, omdat je samen een doel voor ogen hebt dat je wilt bereiken. En dat is de bewoners van Magerøya gelukt. 

zaterdag 3 mei 2014

Vrijheid


Vrijheid? Vrijheid is voor mij zonder belemmeringen te kunnen doen en laten wat ik wil. Vrij zijn om mijn mening over bepaalde zaken te kunnen geven. In vrijheid kunnen leven in een land waar deze vrijheid misschien als vanzelfsprekend wordt beschouwd, maar wij met z’n allen toch heel goed moeten beseffen dat we bevoorrecht zijn om in een land te kunnen wonen waar vrede en vrijheid gelukkig ‘normale’ zaken lijken te zijn. Een land waar we de vrijheid hebben om gezamenlijk iets te kunnen vieren en wanneer dat nodig is de handen ineen te slaan voor de minder bedeelde medemens. En soms zijn er momenten dat je extra stilstaat bij die vrijheid. Zoals op 4 en 5 mei.


Terwijl aan het einde van de Tweede Wereldoorlog het noorden van Scandinavië geteisterd werd door de ‘tactiek van de verschroeide aarde’, waarbij alles wat de vijand tegenkwam werd verbrand en verwoest, werd het noorden van Nederland voor een deel juist onder water gezet. Mijn ouders woonden tijdens WOII in de kop van Noord-Holland, in de Wieringermeerpolder. Aan het einde van de oorlog bliezen de Duitsers de dijk op en kwam de polder onder water te staan. Alle bewoners moesten huis en haard verlaten om een veilig heenkomen te zoeken. 

Nu woon ik zelf in een polder, de Flevopolder om precies te zijn. Tijdens WOII bestond het deel van de polder waar ik nu woon nog niet, simpelweg omdat het toen nog IJsselmeer was. In de oorlogsjaren vlogen bommenwerpers vanuit Engeland naar Duitsland over ons land heen. Op de heen- en terugreis zijn ongeveer 120 toestellen in het toenmalige IJsselmeer neergestort. Bij de drooglegging van de Flevopolder zijn een aantal van deze vliegtuigen teruggevonden. Op de plaatsen waar ze gevonden zijn staan nu herdenkingspalen, zoals op onderstaande foto. 


Op het dorpsplein in onze woonplaats Dronten staat een vliegersmonument, een propeller van een Lancaster bommenwerper die in 1943 in het IJsselmeer is neergestort. Vijf van de zeven bemanningsleden zijn toen om het leven gekomen. Twee boordschutters wisten zich met een parachute te redden. In de wijk Dronten-Zuid is naar ieder bemanningslid van dit vliegtuig een straat vernoemd. De natuurstenen platen waarop de propeller staat, stellen de contouren van Oostelijk en Zuidelijk Flevoland en de gemeente Dronten voor. 


Het vliegersmonument wordt ieder jaar door een groep 7 van een basisschool in Dronten geadopteerd. De leerlingen nemen een jaar lang de zorg voor het monument op zich. 


Ieder jaar vindt in Dronten bij dit vliegersmonument de dodenherdenking plaats. Airgunners uit Groot-Brittannië komen dan over om de herdenking bij te wonen. Het is al jaren lang een traditie dat zij onderdak vinden bij gastgezinnen. Behalve de Airgunners zijn er ook vertegenwoordigers van buitenlandse ambassades en van de Nederlandse krijgsmacht bij de herdenking aanwezig. Na de 2 minuten stilte vindt de kranslegging plaats en maken vliegtuigen een flypast (ceremoniële vlucht) over het plein. Het moment dat de vliegtuigen overvliegen is altijd een speciaal moment. De wetenschap dat ze er vliegen als eerbetoon aan iedereen die zijn of haar leven heeft gegeven voor onze vrijheid en wij dankzij deze mensen in een vrij land kunnen leven, geeft de flypast een bijzondere betekenis. Met alles wat er in de wereld gaande is, ben je je op zo'n moment nog meer bewust dan anders hoe kostbaar vrijheid is. Zo kostbaar dat we daar altijd bij stil moeten blijven staan.

Op de avond van 4 mei en de dag van 5 mei brandt
er een vlam in deze houder bij het monument.