dinsdag 1 december 2015

De weg naar de Noordkaap, deel 3

Er komt geen einde aan die weg naar de Noordkaap ;-) We zijn inmiddels bij deel 3 aangekomen. En in dit deel beginnen we bij de bijna zeven kilometer lange Nordkapptunnelen die sinds 1999 in gebruik is en het eiland Magerøya, waar de Noordkaap zich bevindt, met het vasteland verbindt. Voor die tijd moest men gebruik maken van een veerverbinding om op het eiland te komen. 
Wij reisden in 1999 voor het eerst naar de Noordkaap en maakten toen gebruik van de spiksplinternieuwe tunnel. We hadden graag met een veerboot naar Magerøya gevaren. Dat had beslist het eilandgevoel versterkt en bovendien zal het vast en zeker een prachtige boottocht zijn geweest. Toch wel een beetje jammer... 
De tunnel beschikt over zogenaamde kuldeporter (koudepoorten) die in de winter gesloten zijn. Dit om te voorkomen dat het water bevriest dat binnen in de tunnel vanaf de rotswanden naar beneden komt en alles bemoeilijkt. De poorten openen automatisch zodra er een auto aan komt rijden. 


Zodra je de door de tunnel heen bent gereden is het niet ver meer naar Honningsvåg, een kleurrijk stadje dat aan de voet van nogal kale bergen ligt. Het is het noordelijkste stadje op het Europese vasteland en het bestuurlijke centrum van de gemeente Nordkapp. 
Tot 1895 was het oostelijker gelegen Kjelvik het centrum van de gemeente, maar vanwege de visserijvloot werd voor de meer beschutte ligging van Honningsvåg gekozen. 
In Honningsvåg vind je een kerk die uit 1884 stamt. Het is het enige gebouw dat tijdens WOII gespaard is gebleven nadat de terugtrekkende Duitse troepen in 1944 Honningsvåg en alle andere dorpen op het eiland tot de grond toe afbrandden. Na de oorlog vestigden een aantal mensen zich in deze kerk om van daaruit met de wederopbouw van Honningsvåg te kunnen beginnen. 
De geschiedenis van Magerøya en Honningsvåg tijdens die periode kun je lezen in deze blogpost die ik ooit op 5 mei heb geschreven. 



Vanuit Honningsvåg stijgt de weg al snel en wordt het uitzicht steeds mooier en het landschap ruiger en spectaculairder. 




En natuurlijk zijn de rendieren ook hier weer van de partij. Tijdens de zomermaanden bevolken ongeveer 5000 van deze dieren het eiland. Dat is meer dan het aantal bewoners op Magerøya. 
In de wintermaanden leven rendieren en hun Samische eigenaren op het vasteland, zo'n 300 kilometer landinwaarts, dicht tegen de Finse grens aan. In het vroege voorjaar begint voor mens en dier de trek naar het noorden, naar de kust. Bij het water aangekomen worden de rendieren, verzwakt door de lange en vooral koude winter, per veerboot naar Magerøya overgezet, hun zomerverblijf voor een aantal maanden. Daar kunnen ze op krachten komen. 
In de loop van het voorjaar worden er kalfjes geboren en wanneer de herfst aanbreekt zijn de rendieren, inclusief kalfjes, sterk genoeg geworden om terug te keren naar het vasteland. Maar dit keer niet per veerboot. Nee, dit keer zwemmen de kuddes daar waar het water op zijn smalst is naar de overkant en keren ze terug naar waar ze in het vroege voorjaar vandaan kwamen. 


Ondertussen genieten we van het fenomenale uitzicht. Wat een ruimte en wat een landschap! 


De weg slingert zich als een lint over het prachtige eiland heen. In de verte komt het Noordkaapplateau in zicht, daar waar je een punt aan de zijkant van de berg ziet uitsteken. Die punt is de Noordkaaphoorn, een rotsformatie die vroeger een heilige plaats van de Sami bevolking was. 


En plotseling rijden we een dikke mist in en zien we bijna geen hand voor ogen meer. De weerstomstandigheden kunnen hier in een snel tempo omslaan en dat is niet echt prettig te noemen.


In de wintermaanden kunnen de omstandigheden dusdanig slecht zijn dat er alleen in konvooi gereden mag worden. De weg is dan afgesloten met een slagboom. Wie van A naar B wil rijden moet op een van de tijden die op een speciaal daarvoor bestemd bord staan aangegeven bij de slagboom staan. Een sneeuwschuiver vertrekt dan met een stoet auto's of soms met maar één auto achter zich aan richting punt B. 


Als het mistig of erg slecht weer is, zoals bij storm, blijven we meestal op een ruime parkeerplaats staan met zicht op de Tufjorden én met zicht op het Noordkaapplateau. Zo kunnen we in de gaten houden wanneer het er opklaart en meteen actie ondernemen en naar de kaap rijden. Dat is wel zo handig. Het is ook niet echt een straf te noemen om op deze parkeerplaats te staan. Je beschikt er over een picknickbank, waar we wegens de kou nog nooit gegeten hebben, maar dat is een ander verhaal, en over een fantastisch uitzicht over de fjord. Dan is het toch niet erg om even te moeten wachten?


Ik zie jullie hopelijk terug bij het volgende deel van De weg naar de Noordkaap. Wie deel 1 en 2 gemist heeft, die zijn hier en hier te lezen.

5 opmerkingen:

  1. Het lijkt wel weer of ik Midzomerliefde zit te lezen :-). Geweldig weer.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Oh het wordt steeds mooier. Dat ruige landschap is zo mooi, indrukwekkend. En dan weet ik van foto's die ik in Oostenrijk maak dat het in het echt nog veel indrukwekkender is.
    Ik heb ook even bij je andere log gekeken :-)

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Herkenbaar dus, Hans.
    Leuk dat je dat zegt :-)

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Hoe dichter je bij de Noordkaap komt hoe ruiger en hoe minder groen het wordt, Marjon. Wij zijn er nu drie keer geweest en het eiland is telkens weer prachtig om te zien. Het verveelt nooit. We zouden er zo weer naartoe rijden als we 'in de buurt' zouden zijn. In de buurt is meestal een kilometer of twee- a driehonderd verderop. Maar omdat het er zo mooi is rijd je die kilometers met plezier.

    Leuk dat je ook nog even bij de andere post hebt gekeken :-)

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Oh dat zouden wij ook zo hebben. Het zal niet alleen de schoonheid zijn, maar ook de sfeer.

    BeantwoordenVerwijderen