maandag 23 mei 2016

Klimmen

Klimmen is nooit mijn favoriete bezigheid geweest. Op de basisschool vond ik gymnastieken wel leuk, zolang ik maar niet in touwen of klimrekken hoefde te klauteren. Andere kinderen klommen vol enthousiasme als een aapje naar boven. Ik bleef altijd ergens onderaan het touw heen en weer zwaaien of strandde halverwege het klimrek. Wat daar precies de reden van was weet ik niet zeker. Misschien was klimmen écht niets voor mij of had ik toen al last van hoogtevrees. Waarom is Noorwegen dan toch mijn favoriete vakantieland? Een land waar je tijdens het wandelen bijna altijd in de klim moet, waar hellingen in diverse gradaties schering en inslag zijn en waar je negen van de tien keer ook nog een goed gevulde rugzak mee naar boven moet zeulen. Laten we het erop houden dat de omringende natuur veel vergoedt. Niet dat ik daar veel van bemerk wanneer ik soms hevig mopperend of mezelf moed inpratend op een onregelmatige ondergrond een weg naar boven zoek, terwijl mijn echtgenoot bijna fluitend de helling op lijkt te lopen. Dat laatste is een beetje frustrerend. Ik houd mezelf dan voor dat ik boven vast en zeker beloond word met een grandioos uitzicht en het gevoel van euforie vanwege het halen van de top waarschijnlijk net zo fantastisch zal zijn als het panorama dat zich beneden mij ontvouwt. Dat helpt.  


Gelukkig was de wandeling naar de top van de ruim 900 meter hoge Falkfangerhøgda (foto boven) niet een van de ergste soort en kon ik tijdens de klim volop genieten van alles om mij heen. De Falkfangerhøgda is te vinden in de nabijheid van het schilderachtige Femundmeer in de Noorse provincie Hedmark. De berg van de valkeniers, zoiets zal het betekenen, denk ik. Vroeger bevonden zich er valkeniers in deze omgeving, vandaar. 
Ook al is ruim 900 meter vrij laag te noemen, het uitzicht is er beslist niet minder mooi om. Weids, stil, ongerept, wat een ruimte, zijn een paar van de kreten die bij je opkomen als je boven op de Falkfangerhøgda staat. Wij beklommen de berg aan de westkant van het Femundmeer. Aan de oostkant ligt er een met dezelfde benaming en eveneens ruim 900 meter hoog. Deze laatste ligt in het Nationaal Park Femundsmarka, een immens natuurgebied van bijna 600 km² groot dat aan Zweden grenst. Dit park klinkt jullie misschien bekend in de oren. Dat kan kloppen. Ik heb dit natuurgebied omschreven in mijn roman Julie's liefde, evenals het Femundmeer (eerstvolgende foto).


Maar laten we terugkeren naar de Falkfangerhøgda. De wandeling voerde ons over een heel smal paadje. Hier en daar stond een steen met een rode markering erop, een rode T van de Noorse vereniging DNT (Den Norske Turistforening) die zich bezighoudt met wandel- en fietsroutes. Als je naar onderstaande foto kijkt, zie je rechts in het midden zo'n steen staan en rechts daarnaast iets van een paadje lopen. 


Ook stapeltjes stenen, de zogenaamde steenmannetjes, wezen ons de weg. Toch raakten we al snel het spoor bijster. Hoe verder de wandeling vorderde, hoe moeilijker het pad te vinden was, totdat we zo goed als niets meer tegenkwamen wat op een wandelroute leek. Er viel geen paadje meer waar te nemen – waarschijnlijk overwoekerd, want het is niet een van de meest gelopen routes in de omgeving – de steenmannetjes waren plotseling verdwenen en de rode verf was blijkbaar ook opgeraakt, geen enkele rode T meer te zien. De wandelkaart en de GPS die we bij ons hadden boden uitkomst in deze situatie.  


De klim viel mee, niet steil, maar het was een warme dag en de zon scheen weldadig maar onbarmhartig op ons neer. Een restantje sneeuw zorgde voor een welkome verkoeling. Handen, polsen, armen en gezicht werden ermee opgefrist.


Na het nodige geklauter over een paar lage bergen – hè, is dat nog steeds niet de Falkfangerhøgda, nog een helling? – bereikten we ons einddoel, de top van de Falkfangerhøgda. Het was de klim waard. Het uitzicht is er fantastisch, al sta ik op de foto er met mijn rug naartoe. Ik moest natuurlijk wel even poseren boven op de berg (had wel iets charmanter gekund), als bewijs dat ik het gehaald had.  


Bij de grote steenman waar ik tegenaan leun, staat een bordje waarop ringen zijn bevestigd waarmee gedurende de 17e en 18e eeuw de valken geringd werden. Er staat ook nog iets vermeld over een valkeniershut of zoiets. Misschien heeft er ooit ergens een gebouwtje gestaan. 


Wat een ongelofelijk mooie omgeving!


Kijk je niet naar het Femundmeer maar de andere kant op, dan zie je onderstaand tafereel. 


En nog één keer het Femundmeer met de wit bepoederde bergen aan de overkant. Als ik het goed heb, is die hoogste berg de Store Svuku, een berg die ook in mijn boek Julie's liefde voorkomt. De omgeving rondom het Femundmeer is een grote, ongerepte wildernis waar je eindeloos rond kunt dwalen zonder iemand tegen te komen. Heerlijk voor wie van rust en ruimte houdt. Het is een van onze favoriete regio's in Noorwegen omdat het een eigen karakter heeft. Ik kwam een tijdje geleden nog meer foto's op mijn laptop tegen van het Femundmeer en omgeving. Die houden jullie nog te goed van mij. 


En het klimmen? Dat blijf ik proberen. Er zijn meerdere dalen in ons leven geweest waaruit we omhoog geklommen zijn en nog steeds omhoog proberen te klimmen. Soms twee stappen vooruit en één achteruit, maar we komen boven. Laat ik daaraan denken wanneer ik weer een keer mopperend voortploeter over een stijgend wandelpad.

2 opmerkingen:

  1. Oh wat een prachtige natuur (en steenmannetjes) weer. Nee, ik ben ook geen liefhebber van klimmen, maar je wordt wel altijd beloond! Wij Nederlanders zijn het natuurlijk ook niet gewend hè, dat klimmen. Ik verbaas me er altijd over dat je daar oude mensen fluitend een berg op ziet lopen... Komen wij aangesjokt.

    Maar de natuur is zo mooi, zo prachtig. En dan bedoel ik natuurlijk in Oostenrijk, maar ook in jouw Noorwegen (wat ik alleen van jouw foto's en boeken ken ;-))

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Als je met klimmen bent opgegroeid, dan scheelt dat natuurlijk al heel wat. Die Noren lijken net berggeiten, zeggen wij altijd. Ze lopen met gemak over de moeilijkste paadjes en hebben dan ook nog een kind in een zitje op hun rug hangen.

    Oostenrijk of Noorwegen, er is in beide landen fantastische natuur te vinden. Echt genieten!

    BeantwoordenVerwijderen