zondag 3 augustus 2014

Een ijzig verhaal

Een blik op de Jostedalsbreen, het grootste gletsjergebied
van het Europese vasteland.
Een verhaal dat je bijblijft als je Noorwegen bezoekt is het verhaal van Jostedalsrypa, het meisje uit Jostedalen dat in de jaren 1349/50 als enige de pest overleefde. De Noorse bevolking werd tot de helft gereduceerd door de pestepidemie die in die tijd rondwaarde. 
Jostedalen is een smal, ruig en afgelegen dal en was vroeger een erg ontoegankelijk gebied. In die tijd reisden mensen soms over enorme gletsjervelden om ergens te kunnen komen. Zeer zeker geen ongevaarlijke onderneming. 

Jostedalen.

Een klein gedeelte van de immense ijsmassa waaruit
de Jostedalsbreen bestaat.

Jostedalen ligt aan de voet van het Nationaal Park Jostedalsbreen, met z’n bijna 500 km2 het grootste gletsjergebied van het Europese vasteland. Binnen Europa zijn alleen op IJsland grotere gletsjergebieden te vinden. Tegenwoordig voert een smalle weg tot aan het eind van het dal. Daar vind je het dorpje Jostedal dat dicht bij de Nigardsbreen ligt, een van de ijzige uitlopers van het immense gletsjergebied. 

Nigardsbreen.

Zicht op Jostedalen vanaf de Nigardsbreen.

Doordat het dal erg geïsoleerd lag hoopten de vroegere bewoners van Jostedalen aan de pest te ontkomen. Tijdens de epidemie werd er door middel van brieven die onder een steen werden gelegd contact met de buitenwereld onderhouden. Helaas kon niet worden voorkomen dat het dal toch door de pest werd getroffen en overleefden de bewoners deze ziekte niet. Op één iemand na, een jong meisje. Zij verbleef op een hoog in de bergen gelegen zomerboerderij om daar vee te hoeden. Dat was haar redding. Een jaar later werd zij door een paar rondreizende mannen gevonden die haar over de weiden zagen dwalen. Vanaf die tijd werd ze ‘Jostedalsrypa’, genoemd, 'sneeuwhoen van Jostedalen', omdat ze zo vrij als een vogel over de velden rondzwierf. Later trouwde ze en bleef in Jostedal wonen. Zodoende werd ze de stammoeder van nieuwe generaties inwoners in Jostedalen. 

De ijzige schoonheid van
de Nigardsbreen.

Het verhaal van Jostedalsrypa kwam ik voor het eerst tegen in het jeugdboek Een schip kwam naar Noorwegen van Torill Thorstad Hauger. In het verhaal zijn historische gegevens, sagen en overleveringen die met de pest te maken hebben met elkaar verweven. Natuurlijk wekte het boek nieuwsgierigheid bij mij op en dat was meteen de aanzet om Jostedalen op de lijst van te bezoeken plaatsen te noteren.  

Wie dat wil kan met een bootje genaamd 'Jostedalsrypa'
naar de Nigardsbreen varen.

De gletsjer is ook lopend te bereiken.

Een gletsjertocht maken is een onvergetelijke ervaring, hebben wij
ondervonden. Stijgijzers onder de voeten binden, touw om
je middel, gids voorop en lopen maar.

Wanneer je Jostedalen bezoekt en om je heen kijkt naar de hoge bergen, en de gletsjer die verderop ligt, probeer je je voor te stellen hoe het er in de tijd van Jostedalsrypa uit moet hebben gezien. Waarschijnlijk niet eens zoveel anders dan tegenwoordig. De gletsjer lag misschien verder landinwaarts, maar dat is niet eens zeker, want eeuwen geleden waren de gletsjers ook al aan verandering onderhevig en toen was er nog geen sprake van opwarming van de aarde. In de loop der tijd groeiden en slonken gletsjers. Dat variereerde door al die honderden jaren heen. Alleen vindt tegenwoordig het slinken vermoedelijk in een versneld tempo plaats en dat baart natuurlijk de nodige zorgen. 

Bij een andere zijarm van de Jostedalsbreen, de Briksdalsbreen, kom je
midden in het groen een bordje tegen dat de plek markeert hoe ver
de gletsjer in 1800 landinwaarts lag.  En dat was ver!

Jaren geleden stroomde er onder een brug bij de Nigardsbreen een enorme
hoeveelheid smeltwater door.

Toen wij jaren later naar dezelfde plek terugkeerden was er geen sprake
meer van veel smeltwater en was de gletsjer behoorlijk geslonken.
Ik zit hier op de plek waar de foto hierboven ook gemaakt is.

Als je je verplaatst in de vroegere bewoners van Jostedalen en hoe geïsoleerd hun woonplaats lag met aan de ene zijde het moeilijk begaanbare dal en aan de andere zijde het enorme gletsjerplateau dat zijn ijskoude vingers naar de omgeving uitstrekt, besef je wat een hachelijke onderneming het reizen in die tijd geweest moet zijn. En ondanks de afgelegen ligging toch nog, op één persoon na, aan een pestepidemie bezwijken. Gelukkig dat Jostedalsrypa het overleefd heeft, anders was Jostedalen misschien voor altijd ontoegankelijk gebleven en moesten we de imposante natuur op deze plek aan ons voorbij laten gaan.  

Op weg naar de Briksdalsbreen, de andere gletsjerzijarm die ik bij een foto
hierboven al noemde.

Een nietig mensje in de imposante natuur bij de Briksdalsbreen.

Ook de Briksdalsbreen was bij een tweede bezoek enorm geslonken.

Een ijzige aflsluiting van het verhaal.







6 opmerkingen:

  1. Wat zijn gletsjers indrukwekkend hè. Ik heb er al diverse bezocht: in Zwitserland en in Oostenrijk (al zijn die niet zo groot als Jostedalsbreen). Ook die gletsjers zijn inderdaad behoorlijk geslonken. Zo zonde!

    Bijzonder verhaal van dat meisje dat als enige overleefde. Hoe zou dat overgebracht zijn? Per dieren misschien? Die verplaatsen zich makkelijker.

    Prachtige foto's van een prachtig gebied!

    Groetjes, Marjon.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dank je, Marjon.

    Gletsjers zijn inderdaad prachtig om te zien. In Zwitserland hebben wij er ook ooit eens een paar bezocht. Ik hoor je denken: Elly in Zwitserland? Ja, heel af en toe maakten we een uitstapje naar Zwitserland. Wat natuur betreft ook een fantastisch land met veel wandelmogelijkheden, maar dat zul je zelf al lang wel weten.

    Dieren kunnen inderdaad die ziekte overbrengen, heb ik begrepen. Maar die brieven onder die steen zouden natuurlijk ook fataal geweest kunnen zijn. Hoe dan ook, een groot drama, maar zoals jij al noemde wel een bijzonder verhaal.

    Gr! Elly

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Ja, die brieven kunnen dat natuurlijk ook (dat wist men vast nog niet toen).

    Haha... Ik zie het wel voor me hoor: Elly in Zwitserland ;-) Nu nog eens naar Oostenrijk. Zwitserland ben ik maar een keer geweest. Ik zou wel vaker willen, maar het is zo duur (alleen al de tol voor dan én je auto én je caravan). Kabelbanen, supermarkt... Onbetaalbaar. Alleen uit eten is heel betaalbaar. En nu ben ik toch verslingerd aan Oostenrijk :-)

    Groetjes, Marjon.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Elly in Zwitserland klinkt een beetje als Heidi in Zwitserland, haha. Ja, kabelbanen kosten daar een vermogen.

    Je zult het niet geloven maar ik ben zelfs al eens in Oostenrijk geweest. Ruim 30 jaar geleden in Karinthië en jaren later hebben we nog een keer vanuit Zuid-Duitsland een Alpenzoo in Innsbruck bezocht. Dat was het dan ook meteen zo'n beetje.

    Noorwegen is ook een duur land wat boodschappen betreft, maar je wordt creatief in het verzinnen van gerechten. Uit eten doen we daar nooit, hooguit ergens een wafel kopen. Bevinden we ons toevallig dicht bij de Zweeedse grens, dan halen we boodschappen in Zweden, dat scheelt net even.

    Gr!

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Wij gaan bijna altijd naar Tirol en Innsbruck voelt als thuis. In de Alpenzoo ben ik dus nooit geweest omdat er geen honden in mogen. Wel ben ik al 2x (twee jaar geleden de laatste keer) met de baan daarnaast omhoog geweest naar de top.

    Oostenrijk is ook duur met levensmiddelen hoor. Behalve alcohol (maar daar kunnen we niet van leven haha). Horeca is daar weer heel betaalbaar. Dus ja, wij zijn ook creatief geworden. Je gaat makkelijker uit eten, maar ik vind koken bij de caravan ook wel erg leuk!

    Dit heeft niets meer met die mooie gletsjer en dat ijzige verhaal te maken besef ik opeens ;-)

    Prettig weekend!

    BeantwoordenVerwijderen
  6. We zijn inderdaad een beetje van het onderwerp afgedwaald, maar dat maakt het juist ook leuk.
    Om weer een beetje op het onderwerp terug te komen kan ik nog zeggen dat ijsjes in Noorwegen ook behoorlijk prijzig zijn en dus langzaam worden opgegeten ;-)

    Fijn weekend!

    BeantwoordenVerwijderen