maandag 25 augustus 2014

Dalen Hotel, sp(r)ook(jes)achtig mooi


Er waart een geest rond in het Dalen Hotel wordt er gezegd. Ja, het hotel schijnt sinds het einde van de 19e eeuw over een heus spook te beschikken. In kamer 17 maak je de meeste kans om haar tegen te komen. ‘Haar’, omdat het een vrouw betreft en vooral mannen schijnen haar aanwezigheid in deze kamer waar te nemen. Maar hoe is dit hotel aan een vrouwelijke geestverschijning gekomen? 
Het is het trieste verhaal van de Engelse Miss Greenfield die aan het einde van de 19e eeuw haar intrek nam in kamer 17. Zij heeft daar een kind ter wereld gebracht zonder dat iemand er iets van heeft gemerkt. De deur van haar kamer was geblokkeerd en het hotelpersoneel moest de deur forceren om binnen te kunnen komen. In de kamer werd het lichaampje van een levenloze, pasgeboren baby gevonden. Het is nooit duidelijk geworden of het kindje dood ter wereld is gekomen of dat Miss Greenfield het kindje heeft omgebracht. 

De mysterieuze kamer 17.
(Foto: www.dalenhotel.no)

Een ansichtkaart uit 1903 laat zien dat het hotel door de jaren heen
niet veel is veranderd. (Foto: www.digitaltmuseum.no)

Miss Greenfield moest in Engeland voor de rechter verschijnen, maar voordat de rechtszaak op gang kwam pleegde ze zelfmoord. Sindsdien dwaalt zij als geest rond in het hotel en vooral in kamer 17. In deze kamer staat nog steeds een wieg. Er wordt gezegd dat je daar beter niets in kunt leggen. Waarom niet, dat wordt er niet bij vermeld. Vermoedelijk stelt Miss Greenfield het niet op prijs als iemand de wieg aanraakt. 
Het is natuurlijk niet zeker of het verhaal van Miss Greenfield allemaal echt is gebeurd. Gebeurtenissen worden doorverteld en in de loop der jaren wil er nog wel eens hier en daar iets aan een vertelsel veranderd worden. 



Maar buiten dit spookachtige verhaal om is Dalen Hotel een bijzonder, door de Noorse staafkerken geïnspireerd, bijna sprookjesachtig bouwwerk dat in 1894 zijn deuren opende. Het hotel biedt uitzicht op het mooie Bandakmeer dat overgaat in het Telemarkkanaal. Toeristen kwamen in die tijd al in grote getale naar het dorp Dalen. Er ontbrak echter een goede verblijfplaats voor de rijken der aarde en zodoende werd besloten Dalen Hotel te bouwen. 

Drakenornamenten sieren het dak van het hotel.
Dit soort versieringen vind je ook op de daken
van Noorse staafkerken.

Het hotel heeft ongeveer een halve eeuw lang heel wat prominente gasten vanuit heel Europa en zelfs daarbuiten mogen ontvangen. Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd het hotel bezet door de Duitsers. Het historische interieur werd in die tijd helaas niet in tact gelaten en na de oorlog raakte het hotel in verval. Door toedoen van de Noorse predikant en musicus Aage Samuelsen, die het hotel kocht en het weer in de publiciteit wist te brengen, besloot men het gebouw te renoveren en in zijn oude glorie te herstellen. In 1992 werd het hotel heropend en ontving later zelfs een Europese prijs voor het behoud van cultureel erfgoed. 

Hotelgasten die per schip via het Bandakmeer aankomen worden
in stijl opgehaald in een ouderwetse Fleur de Lys auto.
Het indrukwekkende interieur van het Dalen Hotel.
(Foto: Wikimedia.)

Dus wie van plan is naar het Noorse Dalen in de provincie Telemark te reizen, zoek het Dalen Hotel eens op. Je kunt het gebouw niet over het hoofd zien vanwege de opvallende bouwstijl en de gele kleur die het heeft. Bovendien nodigt de parkachtige omgeving, grenzend aan het prachtige Bandakmeer, beslist uit tot wandelen en fietsen. En wie niet bang is aangelegd: kamer 17 is te boeken. Misschien zie je een niet nader te omschrijven verschijning door de hoteltuin dwalen. Je weet maar nooit…  

In de directe omgeving van het hotel is het leuk wandelen
of fietsen met uitzicht op het Bandakmeer.


zondag 17 augustus 2014

Een van de meest uitgeleende boeken van 2013

Afgelopen week kreeg ik te horen dat mijn roman Julie's liefde in de lijst van meest uitgeleende boeken van 2013 staat. Dat is een geweldige verrassing! 
Dus bibliotheeklezers, bedankt dat jullie bij jullie zoektocht door al die rijen met boeken voor Julie's liefde hebben gekozen. Ik hoop dat jullie veel plezier aan het verhaal hebben beleefd en in de toekomst nog eens vaker voor een van mijn boeken zullen kiezen.   

Het dorpje Elgå, prachtig gelegen aan het Femundmeer.

Voor wie Julie's liefde nog niet kent, een korte beschrijving van het verhaal:
Julie vertrekt na het plotselinge overlijden van haar man naar Noorwegen. Dicht bij het kleine dorp Elgå bouwt ze een authentieke boerderij om tot pension, in de hoop inhoud te kunnen geven aan een leven zonder haar grote liefde. Langzamerhand leert ze steeds meer dorpsbewoners kennen, van de vrolijke, nuchtere Bente die in de plaatselijke supermarkt werkt en haar van de nodige nieuwtjes voorziet tot de behulpzame en sympathieke Stian die een outdoorcentrum runt. Julie en hij voelen zich tot elkaar aangetrokken, maar soms lijkt Stian meer om zijn husky's te geven dan om vrouwen. 
Julie's ontmoeting met Andreas, een norse, oudere man die zich heeft terug- getrokken in een hut in de wildernis, brengt gevolgen met zich mee waarvan de impact groter is dan verwacht. Wat heeft hij te maken met de oude boerderij waar Julie nu woont en waarom lijken Stian en Andreas elkaar angstvallig te ontlopen? En wie is de vrouw die in het pension logeert en een verleden met zich mee lijkt te dragen? Wanneer Julie ook nog eens berichtjes ontvangt die haar voortdurend doen herinneren aan haar overleden man en deze berichtjes een steeds dreigender karakter aannemen, weet ze niet meer wie ze nog wel of niet kan vertrouwen en vraagt ze zich zelfs af of Stian, met wie ze inmiddels een goede band heeft, wel zo oprecht is als hij haar doet geloven...            

Een paar foto's van locaties die je in 'Julie's liefde' terugvindt:
Foto achtergrond: uitzicht vanaf de berg Gloføken.
Foto linksboven: Femundmeer.
Foto midden: de weg naar Elgå.

zondag 10 augustus 2014

De componist en het uitzicht: Måbødalen

Noorwegen is een land van watervallen. Maar je hebt watervallen en watervallen. Zoals indrukwekkende watervallen die vanwege de enorme hoeveelheid water dat met donderend geraas naar beneden stort een spectaculair schouwspel bieden of woest stromende watervallen waarbij hoe verder het voorjaar en de zomer vorderen niet meer dan een zielig straaltje overblijft of watervallen die in hoogte niet veel indruk maken maar wel in de breedte imponerend zijn en er als een bewegend gordijn uitzien of watervallen die wat hoogte betreft je juist een pijnlijke nek van het omhoogkijken bezorgen en dan bestaan er nog tweelingwatervallen, twee waterstromen naast elkaar die bijna identiek aan elkaar zijn en zo zijn er in dit land allerlei varianten te vinden. 

De waterval Tvindefossen, tussen Voss en Stalheim, is in het voorjaar
de moeite waard om voor te stoppen en te fotograferen.
Na het voorjaar kan de hoeveelheid water behoorlijk afnemen.

Eén variant wil ik iets nader toelichten en dat is de waterval waarbij het omringende, spectaculaire landschap je bijna doet vergeten dat de waterval er ook nog is. Dat is bij de Vøringfossen het geval, een flinke waterval van 182 meter hoog met een vrije val van 145 meter de diepte in. En wat voor een diepte! 

De Vøringfossen, gezien vanaf het uitzichtpunt
bij Hotel Fossli. 

Laat ik beginnen met te vertellen dat de Vøringfossen boven aan de vallei Måbødalen ligt, een smal dal in de gemeente Eidfjord, provincie Hordaland. Als je vanaf de hoogvlakte Hardangervidda komt, rij je over een steile weg met haarspeldbochten naar beneden richting Eidfjord. Ik meen me te herinneren dat er langs de weg zelfs een bord staat met de tekst dat je je remmen moet checken voordat je aan de afdaling begint. Niet echt een geruststellend idee, maar inmiddels zijn wij gelukkig al wel het een en ander aan afdalingen gewend. 
De weg slingert zich door een nauw dal waar de bergwanden indrukwekkend hoog boven je uittorenen. Op een gegeven moment passeer je Hotel Fossli. Bij het hotel is een omheind uitzichtpunt van waaruit je een fantastisch zicht hebt op de Vøringfossen en Måbødalen. Een imposant brok natuur ligt als het ware aan je voeten. 
Er zijn verderop langs de weg meerdere uitzichtpunten, maar die bieden niet het spectaculaire uitzicht dat je bij Hotel Fossli hebt. Bovendien staan er bij die andere uitzichtpunten niet overal hekken langs het immens diepe dal, dus voorzichtigheid is dan echt noodzaak. Mijn hart heeft bij mij al regelmatig in de keel gezeten als ik kinderen enthousiast naar de rand van het ravijn zag lopen en de ouders niet zichtbaar zag opletten. 

Spectaculair uitzicht over Måbødalen.

Een indrukwekkend brok natuur.

Van Hotel Fossli heb ik helaas geen foto’s gemaakt, simpelweg omdat het gebouw me niet echt aansprak. Het hotel is in 1891 in art nouveau stijl gebouwd. Die bouwstijl werd toen veel toegepast. In 1891 bestond er nog geen weg naar de plek waar het hotel gebouwd moest worden. Alle bouwmaterialen werden per paard naar boven vervoerd, een enorme klus. Het gebouw schijnt het karakter uit die tijd behouden te hebben, maar dat merkte ik natuurlijk niet op. Daaruit blijkt dat ik weinig tot geen verstand van architectuur heb. Nu moet gezegd worden dat het hotel in de loop der tijd behoorlijk is veranderd van uiterlijk. 

Hotel Fossli zoals het er tegenwoordig uitziet. Het ligt op
een prachtige locatie aan de rand van Måbødalen.
(Foto: visitnorway.com)

Het hotel heeft in al die jaren onderdak geboden aan gasten van diverse pluimage, van schrijvers en musici tot gasten van koninklijke bloede. De Noorse componist Edvard Grieg logeerde regelmatig in Hotel Fossli. Hij heeft er zijn Opus 66 geschreven. De piano waarop hij het een en ander gecomponeerd heeft, bevindt zich nog steeds in het hotel.

Oude ansichtkaart van Hotel Fossli uit de periode 1900 - 1909.
(Foto: digitaltmuseum.no)

Bergweg Hardangervidda - Måbødalen lang geleden.
(Foto: digitaltmuseum.no)

Een gedeelte van de huidige bergweg die langs de rand
van het diepe dal loopt.

Een eventuele volgende keer zal ik met andere ogen naar Hotel Fossli kijken en als ik dan vanaf het uitzichtpunt over de Vøringfossen en Måbødalen uitkijk zal ik bij mezelf denken: dit heeft Edvard Grieg gezien, precies hetzelfde landschap. Eigenlijk moet ik dan tegelijkertijd naar Opus 66 luisteren. Wie weet, doe ik op die manier ook inspiratie op.

De weg door Måbødalen in ca. 1950.
(Foto: digitaltmuseum.no)

zondag 3 augustus 2014

Een ijzig verhaal

Een blik op de Jostedalsbreen, het grootste gletsjergebied
van het Europese vasteland.
Een verhaal dat je bijblijft als je Noorwegen bezoekt is het verhaal van Jostedalsrypa, het meisje uit Jostedalen dat in de jaren 1349/50 als enige de pest overleefde. De Noorse bevolking werd tot de helft gereduceerd door de pestepidemie die in die tijd rondwaarde. 
Jostedalen is een smal, ruig en afgelegen dal en was vroeger een erg ontoegankelijk gebied. In die tijd reisden mensen soms over enorme gletsjervelden om ergens te kunnen komen. Zeer zeker geen ongevaarlijke onderneming. 

Jostedalen.

Een klein gedeelte van de immense ijsmassa waaruit
de Jostedalsbreen bestaat.

Jostedalen ligt aan de voet van het Nationaal Park Jostedalsbreen, met z’n bijna 500 km2 het grootste gletsjergebied van het Europese vasteland. Binnen Europa zijn alleen op IJsland grotere gletsjergebieden te vinden. Tegenwoordig voert een smalle weg tot aan het eind van het dal. Daar vind je het dorpje Jostedal dat dicht bij de Nigardsbreen ligt, een van de ijzige uitlopers van het immense gletsjergebied. 

Nigardsbreen.

Zicht op Jostedalen vanaf de Nigardsbreen.

Doordat het dal erg geïsoleerd lag hoopten de vroegere bewoners van Jostedalen aan de pest te ontkomen. Tijdens de epidemie werd er door middel van brieven die onder een steen werden gelegd contact met de buitenwereld onderhouden. Helaas kon niet worden voorkomen dat het dal toch door de pest werd getroffen en overleefden de bewoners deze ziekte niet. Op één iemand na, een jong meisje. Zij verbleef op een hoog in de bergen gelegen zomerboerderij om daar vee te hoeden. Dat was haar redding. Een jaar later werd zij door een paar rondreizende mannen gevonden die haar over de weiden zagen dwalen. Vanaf die tijd werd ze ‘Jostedalsrypa’, genoemd, 'sneeuwhoen van Jostedalen', omdat ze zo vrij als een vogel over de velden rondzwierf. Later trouwde ze en bleef in Jostedal wonen. Zodoende werd ze de stammoeder van nieuwe generaties inwoners in Jostedalen. 

De ijzige schoonheid van
de Nigardsbreen.

Het verhaal van Jostedalsrypa kwam ik voor het eerst tegen in het jeugdboek Een schip kwam naar Noorwegen van Torill Thorstad Hauger. In het verhaal zijn historische gegevens, sagen en overleveringen die met de pest te maken hebben met elkaar verweven. Natuurlijk wekte het boek nieuwsgierigheid bij mij op en dat was meteen de aanzet om Jostedalen op de lijst van te bezoeken plaatsen te noteren.  

Wie dat wil kan met een bootje genaamd 'Jostedalsrypa'
naar de Nigardsbreen varen.

De gletsjer is ook lopend te bereiken.

Een gletsjertocht maken is een onvergetelijke ervaring, hebben wij
ondervonden. Stijgijzers onder de voeten binden, touw om
je middel, gids voorop en lopen maar.

Wanneer je Jostedalen bezoekt en om je heen kijkt naar de hoge bergen, en de gletsjer die verderop ligt, probeer je je voor te stellen hoe het er in de tijd van Jostedalsrypa uit moet hebben gezien. Waarschijnlijk niet eens zoveel anders dan tegenwoordig. De gletsjer lag misschien verder landinwaarts, maar dat is niet eens zeker, want eeuwen geleden waren de gletsjers ook al aan verandering onderhevig en toen was er nog geen sprake van opwarming van de aarde. In de loop der tijd groeiden en slonken gletsjers. Dat variereerde door al die honderden jaren heen. Alleen vindt tegenwoordig het slinken vermoedelijk in een versneld tempo plaats en dat baart natuurlijk de nodige zorgen. 

Bij een andere zijarm van de Jostedalsbreen, de Briksdalsbreen, kom je
midden in het groen een bordje tegen dat de plek markeert hoe ver
de gletsjer in 1800 landinwaarts lag.  En dat was ver!

Jaren geleden stroomde er onder een brug bij de Nigardsbreen een enorme
hoeveelheid smeltwater door.

Toen wij jaren later naar dezelfde plek terugkeerden was er geen sprake
meer van veel smeltwater en was de gletsjer behoorlijk geslonken.
Ik zit hier op de plek waar de foto hierboven ook gemaakt is.

Als je je verplaatst in de vroegere bewoners van Jostedalen en hoe geïsoleerd hun woonplaats lag met aan de ene zijde het moeilijk begaanbare dal en aan de andere zijde het enorme gletsjerplateau dat zijn ijskoude vingers naar de omgeving uitstrekt, besef je wat een hachelijke onderneming het reizen in die tijd geweest moet zijn. En ondanks de afgelegen ligging toch nog, op één persoon na, aan een pestepidemie bezwijken. Gelukkig dat Jostedalsrypa het overleefd heeft, anders was Jostedalen misschien voor altijd ontoegankelijk gebleven en moesten we de imposante natuur op deze plek aan ons voorbij laten gaan.  

Op weg naar de Briksdalsbreen, de andere gletsjerzijarm die ik bij een foto
hierboven al noemde.

Een nietig mensje in de imposante natuur bij de Briksdalsbreen.

Ook de Briksdalsbreen was bij een tweede bezoek enorm geslonken.

Een ijzige aflsluiting van het verhaal.