maandag 2 september 2013

Plotseling is alles anders

Sinds een paar jaar hebben mijn echtgenoot en ik het idee opgevat om nieuwe ringen voor onszelf te kopen die onze trouwringen zouden kunnen vervangen. Op het moment dat we jaren geleden besloten samen verder door het leven te gaan, hechtten wij natuurlijk veel waarde aan de trouwringen. Maar na enkele decennia samen lief en leed te hebben gedeeld, voelden we er allebei iets voor om onze trouwringen, die toch niet meer zo goed om onze vingers pasten, te vervangen door nieuwe ringen die onze liefde voor elkaar en alles wat we samen hebben meegemaakt zouden symboliseren. Toch werd het uitzoeken van nieuwe ringen voortdurend uitgesteld. Bovendien konden we niet direct ringen vinden die ons, wat ontwerp betreft, aanspraken en bij ons pasten. Maar afgelopen zaterdag was het zover, we hebben nieuwe ringen uitgezocht uit een collectie die Lapponia heet. Een sieradencollectie geïnspireerd door de natuur in noordelijke landen. Toepasselijker kan het niet, gezien onze voorliefde voor deze landen.

Waarom dat moment er nu was, het moment dat we besloten voor nieuwe ringen te gaan? Mijn blik dwaalt naar een kaart die we toegestuurd hebben gekregen en ik lees de laatste regel van een gedicht dat voor op de kaart staat afgebeeld: Warm je aan mensen die met je zijn begaan.
Die ene zin springt eruit en we weten precies wat ermee bedoeld wordt. Ik zal het proberen uit te leggen.

Mijn man en ik verkeren op het moment in een soort van vreemde droom- en beduusdfase. Sinds een kleine week weten we wat er aan de hand is, maar dringt het niet goed tot ons door. Het is allemaal zo onwerkelijk. Plotseling is hij een van de velen. Een van de velen waarvan je hoopte dat hij daar nooit bij zou horen. Plotseling is je man kankerpatiënt en is alles anders. Een tumor in zijn blaas. Een ontzettend eng idee.
We weten dat ze tegenwoordig over veel goede middelen beschikken om dergelijke aandoeningen te lijf te gaan en daar vertrouwen we op. We proberen positief te blijven, dat zit nou eenmaal in ons. We voeren lange gesprekken, er vloeit zo nu en dan een traantje of we janken onze frustraties en angsten eruit, om het zo maar even te noemen. Daarnaast houden we onszelf met af en toe wat humor op de been. Humor en tumor, het scheelt maar één letter, maar we zijn ervan overtuigd dat we het woord dat met een ‘t’ begint niet te lijf kunnen gaan zonder het woord dat met een ‘h’ begint.

En al net zo plotseling zijn wij niet de steun en toeverlaat voor onze kinderen, maar zijn onze dochters en hun gezinnen onze steun en toeverlaat. Zij waren al lang volwassen, maar we beseffen nu dat ze inderdaad écht volwassen zijn geworden. Ze zijn met ons begaan, helpen ons niet alleen met praktische zaken, maar schenken ons ook de nodige warmte en liefde. Het voelt als een warm bad.
Wat er verder ook gebeurt, we gaan ervoor. Kniezen is verliezen. En hoe vreemd het misschien ook klinkt, we lachen nog elke dag wel ergens om. Samen of met anderen. We warmen ons aan de mensen die met ons zijn begaan en zij moeten zich, ondanks alles, ook aan ons kunnen warmen.

Dit was het moment om ringen uit te zoeken die symbool kunnen staan voor alles wat we samen hebben meegemaakt en voor alles wat er nog komt. Ringen die symbool kunnen staan voor ‘ons’.