dinsdag 29 oktober 2013

Toepasselijk


Waar zal ik beginnen? Ik ben blij, ik ben trots, ik zweef vandaag even door het leven heen. Mijn echtgenoot en ik stonden midden op een parkeerplaats bij het winkelcentrum in onze woonplaats toen we het te horen kregen. Het liefst had ik een rondedans over de parkeerplaats gemaakt en een paar luide uitroepen van blijdschap willen slaken. Maar ja, dan kijkt iedereen je zo vreemd aan. Het was iets waar we al lange tijd op hadden gewacht. Iets wat voor de nodige spanning en een tikkeltje nervositeit zorgde. Het bericht dat het eindelijk zover was, zorgde ervoor dat we glunderend en grijnzend als een idioot door het winkelcentrum liepen en ons te buiten wilden gaan aan het kopen van allerlei leuke presentjes.

Een van de bijzondere en nu toepasselijke beelden
in het Vigeland Beeldenpark in Oslo.

Wat is er aan de hand? Vandaag is onze kleindochter geboren. Een piepklein, schattig meisje met een wipneusje, minuscule handjes en vingertjes, en oogjes die af en toe opengaan en naar je kijken wanneer je iets tegen haar zegt. Norah, heet ze en Norah betekent ‘trots’. We vinden het een prachtige naam die weergeeft hoe iedereen om haar heen zich voelt. Onze kleinzoon, Luca, van zes is plotseling haar grote broer geworden. En hij is erg trots op zijn nieuwe status. Luca betekent trouwens ‘licht’. Wat zijn het allebei toepasselijke namen, want onze twee kleinkinderen zijn lichtpuntjes in ons bestaan waar we erg trots op zijn. Mooier kan het niet…

zaterdag 19 oktober 2013

I hope you dance

Jullie zouden ons ’s morgens eens moeten horen wanneer mijn echtgenoot en ik frisgewassen en al dan niet goed wakker (gelukkig geen last van ochtendhumeur) achter onze dagelijkse boterham met appelstroop en onze kom yoghurt met cornflakes aan de ontbijttafel zitten. Kort daarvoor hebben wij de nieuwsberichten gehoord (daar zou je meestal spontaan een ochtendhumeur van krijgen) en tijdens het ontbijt geven wij onze ongezouten mening over dit nieuws. We voeren gesprekken over politiek, misstanden, het zinloze geweld, over het leven in het algemeen, ook over de dood, over ons leven, onze familie, onze (klein)kinderen. Soms dwalen we zo ver van het oorspronkelijke gespreksonderwerp af dat we niet eens meer precies weten hoe we op een bepaald onderwerp terecht zijn gekomen. Het is ’s morgens in ieder geval nooit saai bij ons aan tafel. Stel dat iemand een camera bij ons zou plaatsen, dan is Nederland volgens mij een reality soap rijker.

Ooit was alles anders...

Wat het laatste onderwerp betreft – onze (klein)kinderen – hebben wij het er samen wel eens over in wat voor andere wereld zij leven en opgroeien dan mijn man en ik zijn opgegroeid. Hij en ik zijn beschermd, of misschien beter gezegd, afgeschermd opgegroeid. Diepgaande gesprekken met onze ouders werden er niet gevoerd. Televisie was in die tijd een vrij nieuw fenomeen (ja, wij stammen écht uit dat tijdperk). Het beeld was zwart-wit en we mochten af en toe naar verantwoorde kinderprogramma’s kijken. Het wereldnieuws ging aan ons voorbij en reclamespots met kronkelende, wulpse dames, bestoven door een of ander peperduur parfum en mannen met ontbloot bovenlichaam die eveneens een verleidelijke geurlijn aanprezen of een slok van een verfrissend drankje namen bestonden toen nog niet, volgens mij. Videoclips met schaars geklede dames die zich al net zo, of nog erger, bewogen als de parfumdames, kwamen ook nog niet op het tv-scherm voorbij. En gewelddadige games? Nooit van gehoord. Wij konden ons als kind niet de hele dag achter een beeldscherm verschansen om zoveel mogelijk geweld te veroorzaken. Wij speelden in die tijd nog buiten. En de enige gewelddadige spelletjes die wij speelden waren de politieagent die op boeven joeg of een cowboy- en indianengevecht, waarbij de pijltjes met zuignap ons om de oren vlogen en als we geluk hadden bij iemand op het voorhoofd bleven plakken. 

Ja, er is vergeleken met toen wel het een en ander veranderd. Toen ik kind was hadden mijn ouders een tegeltje aan de muur hangen waarop een gebed stond afgebeeld, het ‘Gebed voor mijn kinderen.’ Er kwam een zin in voor die ik als kind niet begreep: Ik vraag U niet mijn kinderen elk verdriet te besparen. Welke ouder vond het goed dat zijn kind verdriet had? Dat was voor mij als kind een volkomen raadsel. In de loop der jaren is de betekenis van die tekst mij natuurlijk allang duidelijk geworden. Onze eigen kinderen staan inmiddels al geruime tijd op eigen benen en hebben zo ieder hun strubbelingen meegemaakt. Als ouder wil je je kind niet verdrietig zien. Je probeert je kind dan zo goed mogelijk tot steun te zijn en hoopt dat ze, elke keer als ze iets moeten doorstaan, niet bij de pakken gaan neerzitten en wijzer en volwassener uit de situatie tevoorschijn zullen komen. En wanneer alles weer op de rails is, ze het leven extra zullen waarderen, het leven blijven omarmen, en ik geloof dat ze dat tot nu toe gelukt is. Zij dansen, zoals de onderstaande tekst het verwoordt. 

Voor onze (klein)kinderen: 

Tekst uit 'I hope you dance' van Lee Ann Womack.
Foto gemaakt in Nationaal Park Rondane, Noorwegen.
 


 





maandag 14 oktober 2013

Beren, bessensap en een Belgische weerman


Helga van Leur vond het een interessante dag voor de weerkundigen, zei ze tijdens het avondweerbericht. Wij vonden het een dag met het ergste snertweer dat je je voor kon stellen, een dag met veel regen en een koude, stormachtige wind. Op het moment dat wij samen met onze vrienden arriveerden bij Snow World in Zoetermeer om de Lapland Dag van Voigt Travel te bezoeken, worstelden niet alleen wij maar ook andere bezoekers met flapperende paraplu’s waarvan de baleinen plotseling verkeerd om gingen staan en we alsnog natgeregend het gebouw letterlijk binnen kwamen waaien.


Vanuit de garderobe konden we meteen doorlopen naar een zaaltje waar een leuke, informatieve presentatie over Lapland werd gehouden om daarna naar een interessante lezing van Ruben Weytjens te luisteren, een Belgische weerman met een grote passie voor en veel kennis over het noorderlicht. 

De lezing van de Belgische weerman Ruben Weytjens.
Na al deze informatie oriënteerden we ons op de stands met documentatie over vooral winterse bestemmingen in Lapland. Hier en daar werd er een praatje gemaakt met de medewerkers van Voigt Travel. Zij zijn gespecialiseerd in dergelijke reizen, hebben de bestemmingen bezocht en kunnen er van alles over vertellen. En hoe meer informatie we vergaarden, hoe meer het begon te kriebelen om het Hoge Noorden eens in de winter te bezoeken, iets wat we nog nooit gedaan hebben. Wij kennen het alleen van het voorjaar, de zomer of het najaar.



Mijn echtgenoot was nogal geïnteresseerd in de stand van de tweemastschoener het Noorderlicht. Tja, mijn man en schepen, een combinatie waar geen speld tussen te krijgen is. De bemanning van het Noorderlicht richt zich met hun zeilreizen vooral op Noord-Noorwegen en Spitsbergen. 

De schoener 'Noorderlicht' vastgevroren in het pakijs van Spitsbergen.
(Foto gemaakt van foto bij stand van de schoener.) 

Bij Spitsbergen laten ze het schip gedurende de winter vastvriezen in het pakijs van een fjord. Er wordt de mogelijkheid geboden om dan op het schip te overnachten. Deze overnachtingen staan in de top 5 van de meest bijzondere overnachtingsplekken ter wereld en dat geloven we graag dat zoiets erg bijzonder zal zijn. Een wereld van sneeuw en ijs waar de stilte regeert. Een Arctisch avontuur, inclusief ijsberen. “Laten we het eerst maar eens wat minder rigoureus aanpakken,” zeg ik tegen mijn echtgenoot. “Lapland lijkt mij voor de beginnende winteravonturier wel een geschikte bestemming.” Daar zijn tenminste geen ijsberen, denk ik een beetje angstig voor deze toch prachtige, grote roofdieren. Volgens mij krijg ik op Spitsbergen last van achtervolgingswaanzin, kijk ik voortdurend over mijn schouder of er niet ergens een ijsbeer rondscharrelt. Ach, voorlopig zitten we nog niet op Spitsbergen en ik denk dat het er ook niet van komt, al weet je dat laatste natuurlijk nooit zeker. Misschien moet ik alvast schietlessen gaan nemen, met een verdovingsgeweer dan, hè… Het verhaal over het koude Spitsbergen doet ons verlangen naar iets warms en voordat we weer richting huis vertrekken krijgen we nog een glas warm bessensap aangereikt. We laten het ons goed smaken.       

Warm bessensap.
Buiten regent het nog steeds en de stormachtige wind is niet gaan liggen. Bepakt en bezakt met allerlei verleidelijke noordelijke documentatie gaan we op weg naar onze auto en passeren we nieuwe bezoekers, worstelend met onwillige paraplu’s. Onderweg naar huis verdiep ik me in alle winterse mogelijkheden van Lapland en droom ik weg bij de foto’s van die eindeloze witte wildernis, sleden met husky’s ervoor, sneeuwschoenwandelingen, sneeuwscootersafari’s, knusse lodges, knapperende haardvuren… O ja, het is zo zeker als wat. Zoals ik in mijn vorige blog al voorspeld had, zijn we opnieuw besmet met het Laplandvirus en volgens mij geneest dat nooit meer.


zaterdag 12 oktober 2013

Het Laplandvirus



Afgelopen week stonden ze voor de derde keer binnen korte tijd onverwachts voor onze deur, goede vrienden die wilden weten hoe het met mijn echtgenoot (en mij) ging sinds hij uit het ziekenhuis was ontslagen (zie de blogpost: Plotseling is alles anders). Ze rijden vanuit hun woonplaats iedere keer ruim een uur naar ons toe, maar daar draaien ze hun hand niet voor om. We kennen elkaar al meer dan twintig jaar en hebben elkaar ontmoet tijdens een vakantie aan het Gardameer in Italië. Ja, ik weet het, dat is totaal iets anders dan Scandinavië, maar dat was voordat we het Hoge Noorden ontdekten. Tijdens die vakantie hebben we spontaan, ieder met het hele gezin, gezamenlijke uitstapjes gemaakt naar Venetië, Verona en andere leuke plaatsen. Het klikte meteen en wel zo goed dat we het jaar daarna weer met elkaar naar Italië vertrokken. We bewaren erg goede herinneringen aan die tijd en zijn elkaar sindsdien nooit meer uit het oog verloren. En ook al zien we elkaar een langere periode niet, dat maakt niet uit. Als we daarna weer iets afspreken is het alsof we elkaar gisteren nog ontmoet hebben.


In ieder geval stonden ze dus weer voor onze deur en wel met een uitnodiging om mee te gaan naar de Lapland Dag van Voigt Travel bij Snow World in Zoetermeer. Ze waren zelfs bereid ons te halen en te brengen zodat we ons geen zorgen hoefden te maken over vervoer en we samen een leuke en vooral zorgeloze dag met elkaar door konden brengen op een evenement waar onze interesse naar uitgaat.
Ook al zijn zij nog nooit in Scandinavië geweest, toch hebben we het er samen vaak over hoe mooi het daar is en vooral hoe bijzonder Lapland is. Hoe mooi het noorderlicht is dat we heel graag nog eens willen zien. Zij zouden graag Noorwegen een keer willen bezoeken. En dan snijden we onderwerpen aan als ‘genieten van het leven’ en ‘wat zou jij nog graag eens willen doen?’ Dat zijn twee onderwerpen die sinds de ziekte van mijn echtgenoot regelmatig tijdens onze gesprekken aan bod komen. Dat soort zaken dringen zich nu plotseling intenser aan ons op. Vooral omdat je geconfronteerd wordt met hoe snel iets kan veranderen in het leven. Ja, er zijn talloze dingen die we samen nog zouden willen doen. Natuurlijk gaat een goede gezondheid voorop, toch blijven er daarnaast genoeg leuke wensen over. Maar laten we het morgen eerst eens bij een gezellige dag in Laplandse sferen houden en daarna zie we wel weer verder. Wij hebben in ieder geval zin in een dagje het noorden opsnuiven, al weet ik nu al dat we opnieuw besmet raken met het Laplandvirus.

De foto's in deze blog zijn gemaakt in Lapland. Meer informatie over de Lapland Dag vind je hier.