zondag 14 juni 2015

Happy Feet

Voeten die mij langs een strandje aan de Porsangerfjord lieten slenteren,
op zoek naar drijfhout, stenen, schelpen enz. 
Mijn voeten, ze laten me door ons huis en onze tuin lopen, ze tikken graag regelmatig mee op de maat van de muziek en bij de eerste warme zonnestralen zijn ze in vrolijke teenslippers gehuld. Mijn voeten die mij door prachtige Scandinavische landschappen hebben gevoerd. Maar waar gaat deze blogpost heen, hoor ik sommige lezers denken. Eerst wat voetenwerk:


Voeten die graag de paadjes langs de mooie Deense noordkust verkenden bij Hanstholm (foto boven) en in natuurreservaat Roddines aan de Porsangerfjord rondwandelden te midden van oeroude overblijfselen uit de IJstijd (foto onder.)


Voeten die mij op de eilandengroep de Lofoten over de meest fabelachtige stranden  lieten lopen... 


...en voeten die de poolcirkel passeerden in Rovaniemi, Finland. 


Voeten die op de Noorse poolcirkel hun weg zochten tussen ontelbare steenmannetjes...


...en voeten die soms even uit balans waren in nationaal park Fulufjället, Zweden.


Maar wat is er aan de hand? Ik zal het uitleggen: vorige week had ik een afspraak met mijn internist, afdeling oncologie. Ik noem hem al ‘mijn’ internist merk ik ineens. Ik zat dus bij mijn internist en hij vraagt altijd of ik vanwege de chemokuur last van bijwerkingen heb. Tja, ik moest toegeven dat na de laatste kuur mijn voetzolen tijdens het lopen pijn deden, maar ook als ik daarna ging zitten voelde ik ze nog steeds. Voor mijn handen gold hetzelfde. Zodra ik iets vastpakte of ze bewoog, gaf dat een pijnlijk gevoel. Een gevolg van aantasting van de zenuwuiteinden, veroorzaakt door de kuren. 
Mijn internist wierp een blik op mijn handen en voeten en stelde vrijwel meteen vast dat het niet goed was wat hij zag. De kleur en de structuur van de huid waren namelijk ook veranderd.
Normaal gesproken heb ik tijdens de kuren om de twee weken één week rust, even geen kuur via infuus en geen pillen slikken. Dit keer schreef de internist mij twee weken rust voor om blijvende schade aan de zenuwuiteinden te voorkomen. Na die twee weken moet de toestand van mijn handen en voeten dusdanig verbeterd zijn dat ze niet meer pijnlijk aanvoelen en er beter uitzien. Als het dan nog steeds twijfelachtig is zal de dosering van de kuren worden aangepast. Maar eerst nog meer voetenwerk:


Voeten die wankele bruggetjes over snelstromend water probeerden te bedwingen bij het Zweedse Ljusdal (foto boven) en die over houten loopplanken liepen in de richting van Pålnoviken in Zweeds Lapland (foto onder.)


Voeten op een goed begaanbare brug in het schitterend gelegen Storvika, Noord-Noorwegen, langs Kystriksveien, de toeristische route weg nr. 17. 


Voeten die tijdens een wandeling in nationaal park Femundsmarka hoopten dat de wandelschoenen echt waterdicht waren...


...en voeten die af en toe even uit moesten rusten en wilden weten waar het pad naartoe leidde in Femundsmarka.


Voeten die blij waren dat ze de top van de Falkfangerhøgda bij het Femundmeer bereikt hadden! 


Tot aankomende donderdag genieten mijn voeten en ik nog van de rust. Even helemaal niets wat met kuren te maken heeft en langzamerhand voelen hoe ik mezelf weer aan het worden ben. Na deze rustperiode moet ik over de energie beschikken om de volgende kuren aan te kunnen, iets waar ik tegenop zie, maar waar doorheen is te komen, ook al voel je jezelf dan steeds weer meer afbrokkelen.
En mijn voeten? Hopelijk houden ze aan dit alles geen blijvende schade over. Ze moeten juist weer helemaal happy worden, want het is natuurlijk wel de bedoeling dat ze mij nog naar veel mooie plaatsen brengen!


Voeten die mij stil lieten staan bij de (oorlogs)geschiedenis in het Norsk Industri-arbeidermuseum in Rjukan (foto boven) en die mij over de immense hoogvlakte Hardangervidda lieten zwerven (foto onder.)


Voeten die mij de minder toeristische kant van het ruige Noordkaapplateau lieten zien...


...en voeten die hun weg vonden tussen de bergen van de uitgestrekte Sognefjell bij het Noorse nationaal park Jotunheimen.


Voeten die mij naar de mooiste plaatsen brachten, zoals de gletsjer Briksdalsbreen in het Noorse Briksdalen.


Het is absoluut niet vanzelfsprekend dat je de mogelijkheid krijgt om je voeten goed te kunnen gebruiken en ik besef nu hoe bijzonder het is dat die twee voeten je overal naartoe kunnen brengen. 





zondag 7 juni 2015

Mooie recensie Blind vertrouwen

Terwijl ik het laatste hoofdstuk van mijn kerst/winterboek aan het schrijven was, werd ik verrast met een recensie van mijn roman Blind vertrouwenEen recensie van de NBD Biblion welteverstaan. Omdat deze recensie op de website van alle bibliotheken komt te staan waar mijn boek in de collectie te vinden is en ook nog eens wordt vermeld bij allerlei webwinkels die boeken verkopen, is een goede recensie natuurlijk mooi meegenomen. Tussen uitgave van het boek en de recensie zit een maand of twee, dus was het een kwestie van geduldig wachten. Spannend... Maar mijn geduld werd ruimschoots beloond met een pracht van een beoordeling. 

Een gedeelte uit de recensie:
De auteur heeft een grote liefde voor het land Noorwegen en dat blijkt ook uit deze roman, die zich grotendeels in dit land afspeelt. Zij slaagt erin om een goede balans tussen spanning en romantiek op te bouwen en de personages zijn interessant. 

De volledige recensie is hier te lezen. Het was het wachten waard. 

De waterval die je in Blind vertrouwen tegenkomt. 

maandag 1 juni 2015

Een Story interview en vreemde kuren

Nog niet zo lang geleden werd mij gevraagd of ik er iets voor voelde mee te werken aan een interview in het tijdschrift Story. Wanneer krijg je de kans om als romanschrijfster tussen allerlei BN'ers terecht te komen? In mijn geval niet zo vaak, denk ik. Ik heb het aanbod dan ook met beide handen aangegrepen. Inmiddels staat het interview met foto's in Story nr. 22. Het is een erg leuk artikel geworden! Het tijdschrift is t/m dinsdag 2 juni verkrijgbaar en misschien ook nog wel t/m woensdagochtend 3 juni, want soms worden de oude tijdschriften niet meteen vroeg in de ochtend vervangen. 


Het artikel in de Story voelde als een cadeautje voor mij na een pinkster- weekend dat ik noodgedwongen liggend op de bank heb moeten doorbrengen vanwege bijwerkingen van de chemokuur. Het was de eerste keer dat de kuur mij daadwerkelijk wist te vellen en dat was een vreemde gewaarwording. Je lichaam en geest lijken niet meer van jou te zijn, je herkent jezelf bijna niet meer. 
Ik was in staat er de brui aan te geven aan de nog komende kuren, dat als ik minder kuren zou hoeven te volgen dan het voorgeschreven aantal, ik daar meteen mee in zou stemmen. Maar daar dook het bekende stemmetje op: je gaat me toch niet vertellen dat je op wilt geven? Dat ben ik niet gewend van je. En ook mijn echtgenoot liet mij hetzelfde weten. Terwijl de gedachte aan opgeven door mijn hoofd speelde, wist ik eigenlijk tegelijkertijd al dat ik daar niet aan toe zou geven. Zo zit ik gewoonweg niet in elkaar. 
Net zoals ik het schrijven nooit op heb gegeven. Ook al zagen uitgevers niet direct iets in mijn verhalen, ik was vastbesloten door te zetten. Schrijven en ik horen bij elkaar en zie, het is toch iets geworden. Nu moet ik zeggen dat chemokuren en ik niet de beste maatjes zijn, maar nee, opgeven daar mag geen sprake van zijn. Er zijn zo veel lieve mensen die mij telkens weer een hart onder de riem steken, mij erdoorheen slepen en dat is hartverwarmend. Dat geeft ook de aanzet om overal mee door te gaan. En de leuke reacties op mijn nieuwste roman Blind vertrouwen doen dat eveneens. Het bezorgt me de energie om door te schrijven, ook al ligt het tempo lager dan normaal. En dan nog de zorgzaamheid van mijn echtgenoot, onbetaalbaar! 

Fietsen in Noorwegen: de weg naar Bandaksli. 

Tijd voor een anekdote waar ik achteraf toch wel om heb moeten lachen. Let op het woord 'achteraf'. Ik had me voorgenomen op de fiets naar het tuincentrum te gaan om wat fleurige plantjes te halen. Er stond een stevige en vrij frisse bries, maar het tuincentrum is per fiets nog geen vijf minuten van ons verwijderd. Dat stelt toch niets voor? Met mijn afnemende conditie het tempo een beetje aanpassen en gaan! Mijn echtgenoot vroeg zich af of het wel verstandig was om bij deze koude wind op de fiets te klimmen. "Waarom niet? Anders kom ik nergens meer," liet ik hem een klein beetje opstandig weten. 
Nu moet ik erbij vertellen dat ik vanwege de kuren overmatig gevoelig ben voor koudeprikkels aan handen, voeten en gezicht. Soms erg lastig, want ik laat daardoor wel eens iets uit mijn handen vallen, goed spreken lukt soms niet of mijn oogleden zakken voor driekwart dicht (niet handig op de fiets) maar met een beetje beleid en een grote zonnebril op mijn neus moest het lukken. 

Fietsen langs het Bandakmeer is toch wel iets aangenamer
dan in een polder waar het bijna altijd waait. 

Na de aankoop van een paar plantjes ging ik vol goede moed weer op weg naar huis. Nog even voor aan het pad naar ons huis de post van die dag oppikken en dan op naar de koffie. Maar eerst raakte ik nog aan de praat met, laten we diegene A noemen, A dus. Dat praten was de bedoeling tenminste. Vanwege de harde, koude wind was ik ergens onderweg van het tuincentrum naar huis mijn stem verloren en bovendien bleek ik plotseling buiten adem geraakt te zijn en kon ik alleen nog maar piepend en krakend fluisteren en ademhalen tot ongeveer halverwege mijn luchtpijp.  
"Ik heb geen stem meer," liet ik A hoogst verbaasd met een amechtige piepstem weten. "En ook geen lucht..." Ik klonk als iemand met een erg slechte conditie die zojuist een volledige marathon had gelopen en daarachteraan nog een paar extra rondjes had gerend en misschien ook nog wat zware shag had gerookt, wat hij beter allemaal niet had kunnen doen. Meteen herinnerde ik me wat mijn arts had gezegd, dat ik bij kou last kon krijgen van benauwdheid. Maar dat is alleen maar een gevoel, benadrukte hij, het is niet iets fysieks. Rustig ademhalen door de buik en dan komt het weer goed. Dus paste ik de buikademhaling meteen toe. Langzaam in- en uitademen. En terwijl ik naast A stond als een vrouw die ademhalings- oefeningen in praktijk bracht tijdens zwangerschapsgymnastiek, vroeg A, die van mijn situatie afweet, toch een tikkeltje ongerust: "Gaat het wel? Moet ik een stoel voor je halen zodat je even bij kunt komen?" 
"Nee, hoor," piepte ik fluisterend. "Niet nodig, het is maar een gevoel heeft de arts gezegd," fluisterde ik haar en mijzelf moed in. "Maar het is wel de eerste keer dat ik dit meemaak." Ik had dit gevoel namelijk nog nooit eerder ervaren. Niet echt geruststellend voor A en ook niet voor mijzelf. "Dat moet vanzelf overgaan," wist ik nog net optimistisch uit te brengen. Dat hoopte ik dan maar voordat ik bijvoorbeeld al hyperventilerend ter aarde zou storten. 
En ja, na een paar keer diep ademhalen kwam de luchttoevoer weer op gang en bleek ik ineens ook weer over een stem te beschikken die gelukkig heel normaal klonk. Bizar! 
"Wat een troep is dat, dat het zulke bijwerkingen veroorzaakt," zei A hoofschuddend. 
"Ja, dat is het zeker," beaamde ik. "Ik zal dan ook blij zijn als alles achter de rug is." 
Even later kwam ik, alsof er niets gebeurd was, met plantjes en post thuis.
"En?" vroeg mijn echtgenoot. "Ging het nog een beetje?"
Ondanks alles schoot ik in de lach. "Wat ik nu heb meegemaakt..." Misschien had ik voor deze ene keer toch naar hem moeten luisteren ;-) Mij zie je bij een koude wind voorlopig niet meer op de fiets. 
En A: ik hoop dat ik je niet al te erg heb laten schrikken. Sorry... :-)
  
In een behaaglijke warmte en uit de wind fietsen door de Noorse bossen
op weg naar de bergboerderij Ripilen.