donderdag 27 maart 2014

Daniel's jojk

Zo nu en dan, of eigenlijk bijna dagelijks, kijk ik rond op de site van NRK, de Noorse omroep. Daar stuitte ik op een optreden van de Samische rendier- hoeder Jon Henrik Fjällgren bij Talang Sverige 2014, een Zweedse talentenjacht. De in 1987 geboren Jon Henrik komt uit Mittadalen, Zweden, maar zijn geboorteland is Colombia. Toen hij drie maanden oud was werd hij door een Samische familie geadopteerd en sindsdien woont hij in Zweden. Gedurende zijn leven heeft hij het een en ander meegemaakt, van pesterijen in zijn jeugd tot de meest ingrijpende gebeurtenis in zijn leven, het verlies van een goede vriend.  

Tijdens het optreden joikt hij zijn overleden vriend toe. Je zingt een joik namelijk nooit óver iets of iemand, maar je zingt iemand of iets altijd een joik toe. Zodra ik Jon Henrik hoorde kreeg ik kippenvel en raakte ik ontroerd door zijn manier van joiken. Op dat moment wist ik nog niets van het verhaal achter de joik af, dat wil dus iets zeggen over de manier waarop Jon Henrik de joik ten gehore brengt: recht uit het hart. Dat ik niet de enige was die emotioneel werd, blijkt wel aan het einde van de video.                                 

De joik is de traditionele muziek van de Samische bevolking en een van de oudste muziekvormen van Europa. Ik heb ooit eens een blogpost over het joiken geschreven met de titel Verboden traditie.
Ik ben benieuwd wat jullie van het optreden vinden. Luister naar Jon Henrik met Daniel's jojk en oordeel zelf.  

 

Wie de iets langere versie van het optreden wil zien, o.a. wat eraan voorafging, kijk op: https://www.youtube.com/watch?v=woEcdqqbEVg 

dinsdag 25 maart 2014

De eerste stap

Sommige van mijn blogbezoekers weten dat ik wel eens experimenteer met teksten en foto's. Het is weer zover. Ik kon geen weerstand bieden aan een quote die ik op internet tegenkwam. Ik móést er gewoon een bijpassende foto of in dit geval meerdere bijpassende foto's bij uitzoeken. Ik ga verder niets over de onderstaande quote vertellen, alleen nog even iets over de foto's, die zijn gemaakt op de Noordkaap en wel bij en in de Noordkaaphal. Deze hal is in een rots uitgehouwen en herbergt o.a. een souvenirwinkel, een bioscoopzaal waar een overweldigende panoramafilm over het Noordkaapeiland Magerøya te zien is en een piepkleine kapel waar je, als je dat wilt, kunt trouwen. Verder wordt er aandacht besteed aan de geschiedenis van de Noordkaap, zijn er diverse kunstwerken te bewonderen en wordt het inwendige van de mens ook niet vergeten. Voor de rest moet je gewoon genieten van de sfeer en de omgeving.
  
De kleine, in de rots uitgehouwen kapel.

Op een van de onderstaande foto's zie je de middernachtzon in het raam van de Noordkaaphal weerkaatsen en op een van de andere foto's geeft hetzelfde raam vanuit de hal uitzicht op de middernachtzon en het Noordkaapplateau met de bekende wereldbol en de Barentszee.

Er zijn Noordkaapbezoekers die beweren dat een bezoek aan de Noordkaap niet de moeite waard is. Mocht je van plan zijn naar de kaap te reizen, laat je niet door hen beïnvloeden. Je moet zelf ervaren hoe het daar is en hoe het daar voelt. Het is zo'n andere wereld dan wij hier in Nederland gewend zijn. Alleen al de weg ernaartoe, vanaf het plaatsje Honningsvåg, is een belevenis op zich. En eh... wat de onderstaande quote betreft, doe de dingen die je graag zou willen doen zodra je daar de kans voor krijgt. Soms moet je zelf de eerste stap nemen...           




Nieuwsgierig naar meer foto's met teksten? Kijk op:


vrijdag 21 maart 2014

Wereldkinderen



Wie de Noordkaap bezoekt ziet behalve de bekende wereldbol die er staat ongetwijfeld ook het monument Wereldkinderen, Barn av Jorden in het Noors. Wereldkinderen bestaat uit zeven ronde, bronzen kunstwerken naar ontwerp van zeven kinderen uit verschillende continenten. In 1988 bracht men deze groep kinderen onder bij diverse families in het dorp Skarsvåg dat niet ver van de Noordkaap verwijderd ligt. Ze mochten een kunstwerk maken waarbij ze bij het bedenken ervan alle vrijheid kregen in hun creativiteit en emoties. Ongeacht hun nationaliteit, afkomst, geloof of politieke achtergrond ondervonden de kinderen totaal geen hinder van de verschillen die er tussen hen bestonden. Ze brachten een plezierige tijd met elkaar door.

In 1989 werd het kunstwerk op de Noordkaap geplaatst, samen met het bronzen beeld Moeder en Kind van de kunstenares Eva Rybakken.


De bedenker van dit alles is de Noorse journalist en auteur Simon Flem Devold. Hij bedacht dat de Noordkaap, een locatie die tot ver over de Noorse grens bekend is, gebruikt kon worden voor iets wat een positieve en symbolische waarde kon uitdragen, een symbool van samenwerking, vriendschap, hoop en vreugde. Zodoende kwam hij op het idee om deze zeven kinderen bij elkaar te brengen en een kunstwerk te laten creëren.


Elk jaar in de maand juni wordt de Wereldkinderenprijs uitgereikt aan een project dat het welzijn van kinderen ergens in de wereld ondersteunt. Iedereen mag een kandidaat nomineren en of het om een groepje mensen gaat of een eenling die zich voor dit doel inzet, dat maakt niet uit.


Wereldkinderen is een uniek kunstwerk dat tot nadenken stemt. Zeven totaal verschillende kinderen, zeven verschillende nationaliteiten met diverse culturele achtergronden die erin slagen in harmonie met elkaar samen te werken. Een voorbeeld voor de rest van de wereld.


Meer weten over Wereldkinderen?
http://www.barnavjorden.org/eng/welcome.htm





zondag 16 maart 2014

Een goede vraag

Mijn echtgenoot en ik reizen graag rond door Scandinavië, dat is jullie vast en zeker niet ontgaan. We kamperen op campings of soms in de vrije natuur en we vinden het fantastisch om deze landen op die manier beter te leren kennen. Meestal jubel ik op mijn blog over al de leuke kanten die Scandinavië te bieden heeft, maar tijdens kampeerreizen beleven wij natuurlijk ook baalmomenten, om het zo maar even te noemen. 
Een onderwerp waarover ik een boek zou kunnen schrijven is campingdouches. En vooral die waarbij je munten moet gebruiken om te kunnen douchen. Ik vind ze vreselijk, maar toch blijven we enthousiast kamperen. Wil je voorbeelden horen waarom ik een lichte allergie voor campingdouches ontwikkeld heb? Hier volgen er een paar:

Muntdouches waarvan de munt blijft hangen in de gleuf van het muntapparaat. Wat te doen? Al mopperend harde klappen tegen het apparaat geven in de hoop dat de munt alsnog naar beneden valt. Werkt dit niet, dan onder nog luider gemopper aankleden en naar de campingreceptie lopen om dit te melden en met een nieuwe munt, of beter nog, voor de zekerheid met een aantal nieuwe munten, terug te keren naar de douche.

Je zou een natuurlijke douche kunnen nemen...
Tvindefossen dicht bij Voss, Noorwegen.

Muntdouches waarvan de munt wel door de gleuf past, maar er geen of alleen ijskoud water uit de kraan komt. En je dacht slim te zijn door jezelf alvast in te zepen… In het eerste geval, weer heftig mopperend zeep verwijderen, waarmee dan ook, aankleden en naar de campingreceptie lopen om te melden dat de douche niet werkt en nieuwe munten halen. In het tweede geval, zo snel als je kunt douchen. Daarna loop je klappertandend en tintelend van de kou naar je kampeerplek terug, waarbij je voor eens en voor altijd besluit dat dit echt de laatste keer is dat je kampeert.

Of wat dacht je van twee natuurlijke douches?
Låtefossen, Odda, Noorwegen.

Muntdouches waarvan het muntapparaat buiten de douche hangt en een munt maar een paar minuten water geeft. Dat betekent dat de douche halverwege afslaat zodat je in je nakie met zeep in je ogen en een hoofd vol shampoo de douche moet verlaten om een nieuwe munt in het apparaat te gooien. Aan deze variant heb ik echt een grondige hekel.

Een glazen deur in de douche waar iedereen langsloopt. Geruststelling: na een poosje raakt het glas beslagen, mits het water natuurlijk warm genoeg is.

Een centrale kleedruimte waar zowel mannen als vrouwen zich aan- en uit moeten kleden voor en na het douchen. Het is even wennen…

Een douchedeur waarvan medekampeerders denken dat het glas mat genoeg is, zodat de rest van de campinggasten hen niet onder de douche kan zien staan. Fout! Wij hadden, dwars door de matglazen deur heen, een riant uitzicht op een man in vol naakt ornaat die zich in de doucheruimte bevond. Nog erger: de deur bevond zich aan de buitenkant van het gebouw, dus iedereen kon hem zien. Pfff, blij dat ik niet meteen ben gaan douchen.

Een douchedeur die niet op slot kan of een douche zonder deur of gordijn. Snel, sneller, nog sneller, op z’n snelst douchen. Yeah!

Het licht dat plotseling uitfloept terwijl je staat te douchen en je geen hand voor ogen meer kunt zien. En waar je ook mee wappert over de douchedeur heen, de bewegingssensor detecteert je niet en dus blijft het aardedonker. Smeer ik nu shampoo of bodylotion (heb ik altijd bij me in mijn toilettas) in mijn haar? Is dit mijn handdoek of sta ik me nu met mijn T-shirt af te drogen?

Komen we op een camping aan, zegt de campingeigenaar: “Als jullie willen douchen, daar is de douche.” Hij wijst in de richting van een gebouw aan de overkant van de weg dat niet alleen een heel eind van de weg ligt verwijderd, maar waarbij je ook nog eens een flinke heuvel moet beklimmen om er te komen. Hij bedoelt vast iets anders, maar wijst waarschijnlijk in de verkeerde richting. “Ja,” zegt de eigenaar, “het is die boerderij daar op die heuvel aan de overkant van de weg.”
Slik, dus toch… Dat wordt klauteren op mijn badslippers. Nou, manlief, ik denk dat ik over een uur of twee wel weer terug ben. Moet ik nog een rugzak meenemen voor onvoorziene omstandigheden onderweg?

Met de voeten in de Noorse zee bungelen, dan zijn die alvast weer schoon.
Bij Vevelstad langs de schilderachtige Kystriksveien (weg nr. 17).

Nu we het toch over water en zo hebben: wasmachines die ook op munten werken en waarvan het programma, zonder dat je het weet, halverwege stopt, je het deurtje van de machine achteloos opentrekt en ik weet niet hoeveel liter water over je voeten de wasruimte instroomt. En terwijl je tot je enkels in het water staat je pas tot de ontdekking komt dat je nog een muntje had moeten kopen om de tweede helft van het wasprogramma te laten draaien. Zoiets overkomt je overigens maar één keer.

Langs het paadje naar Saltstraumen, de getijdenstroom
bij Bodø, kom je deze vrolijke toiletpot tegen.

Nu hoor ik mensen denken: waarom kamperen jullie nog? Dat is een goede vraag. Kamperen geeft een gevoel van vrijheid. Het zelf kunnen beslissen waar je wilt blijven of wanneer je weer doorreist. Je zoekt je eigen overnachtingsplek uit en als je rondreist weet je vaak niet waar je de volgende avond terechtkomt. Het gevoel van je laten verrassen door wat de dag en het land je brengt, die vrijheid zouden we niet willen missen. En zeg nou zelf, dat gedoe met die douches stelt eigenlijk weinig voor in vergelijking met al het moois dat de Scandinavische landen te bieden hebben en met de gastvrijheid die je er ondervindt. Dan neem je al het bovenstaande graag op de koop toe.  

Tot slot een paar voorbeelden van idyllisch gelegen
toiletten onderweg. Ja, dat hokje daar in het bos is een toilet.
Eerst de weg oversteken...
Niet echt geschikt voor mensen die slecht ter been zijn.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

maandag 10 maart 2014

Waar de hemel de zee raakt

De onderstaande foto met tekst heb ik kort geleden op Facebook en Twitter geplaatst. Nu realiseerde ik mij plotseling dat er ook mensen zijn die zich niet op Facebook en Twitter begeven. Speciaal voor diegenen plaats ik deze foto nog een keer op mijn blog. Ik kwam een tekst van de schrijfster Jennifer Donnelly tegen en wist meteen dat ik daar iets mee kon doen. Aangezien ik graag knutsel met foto's...


De foto is gemaakt vanaf een strand bij Storvika in de provincie Nordland, Noord-Noorwegen. Storvika ligt aan weg nr. 17, Kystriksveien genoemd, een nationaal toeristische route met een lengte van 650 kilometer. De route loopt van Steinkjer in de provincie Nord-Trøndelag tot aan Bodø in de provincie Nordland. Vorig jaar hebben wij deze ongelofelijk mooie en schilderachtige route gereden. Een route waarbij je de tijd moet nemen om alles wat je onderweg tegenkomt te absorberen, zoals bij Storvika waar het uitzicht op de bergen en de zee formidabel is. Op de foto schittert de avondzon op het water. Even later kwam er een mysterieuze nevel vanaf zee opzetten, wat een bijzondere sfeer met zich meebracht. Donker werd het niet meer. We bevonden ons namelijk in het land van de middernachtzon.
En als je geluk hebt, kun je de volgende ochtend ontbijten aan het strand. Wat wil een mens nog meer?

zondag 9 maart 2014

Maalstroom

Het was een mooie lentedag, een dag om van te genieten. De hectiek van afgelopen week is gelukkig achter de rug. 
Mijn echtgenoot werd  in het ziekenhuis opgenomen. Daarover schreef ik in mijn vorige blogpost: 

Nu is hij weer thuis. Hij heeft vandaag in onze tuin gezeten en de weldadige warmte van de lentezon kunnen voelen. Het is voor hem niet alleen bijkomen van de ingreep, maar ook van de maalstroom aan emoties waarin je samen bij zo’n gebeurtenis terechtkomt. En wanneer ik het over maalstroom heb, misschien ken je het wel, de tv-serie Maalstroom van Michael J. Bird uit de jaren tachtig. Het is een verhaal dat zich in Noorwegen afspeelt. Ik heb destijds het gelijknamige boek gelezen maar Noorwegen zei me nog niet zoveel omdat ik het land nog nooit had bezocht.

Toch was ik als tiener al van plan om naar Scandinavië te reizen. Ik worstelde toen niet alleen reisbrochures door maar ook Scandinavische boeken, zoals Het geslacht Bjørndal van Trygve Gulbranssen en Rood kleurt de horizon, Waarheen je ook gaat en Als de dauw hangt komt er regen van Margit Söderholm. Vooral het laatste boek vond ik mooi.

Nooit meer slapen van W.F. Hermans, het op waarheid gebaseerde verhaal De kinderen van de grote Fjeld van Laura Fitinghoff en later het jeugdboek Een schip kwam naar Noorwegen van Torill Thorstad Hauger werden ook aan mijn leeslijst toegevoegd. En boeken van Sigrid Undset, niet te vergeten. Ja, jaren geleden had ik de Scandinavische (lees)smaak aardig te pakken. Ik zou al deze boeken weer eens opnieuw moeten lezen. Wat mij toen aantrok in Scandinavië wist ik niet precies. Ik denk dat het mij een avontuurlijke bestemming leek. Uiteindelijk reisde ik er veel later, niet alleen, maar samen met man en kinderen voor het eerst naartoe.

Na die eerste keer keerden we regelmatig naar Scandinavië terug en vooral naar Noorwegen. Zo gebeurde het dat we ongeveer 20 jaar nadat ik het boek Maalstroom had gelezen in de stad Ålesund terechtkwamen. Die stad herinnerde mij plotseling aan het boek. Maalstroom speelt zich in en bij Ålesund af en het leek mij leuk om het verhaal nog eens te lezen omdat ik er nu een beeld bij had. Thuisgekomen heb ik het meteen voor de tweede keer met veel plezier gelezen, met dit verschil dat ik mij nu een voorstelling kon maken van de plaatsen waar het verhaal zich afspeelt.

Uitzicht op Ålesund vanaf de berg Aksla.
Kleurrijke huizen gebouwd in Jugendstil na een brand
die in 1904 een groot deel van de stad verwoestte. 

Maar wat is een maalstroom eigenlijk? Een maalstroom is een getijdenstroom en een van ’s werelds meest krachtige getijdenstromen is Saltstraumen bij de Noorse stad Bodø. Daar perst 400 miljoen m3 zeewater zich bij eb en vloed door een niet al te brede zee-engte en dat levert een prachtig spektakel op. Witte schuimkoppen, wervelende blauwgroene draaikolken en watermassa’s die worden opgestuwd. Vanaf een hoge brug over Saltstraumen heb je een eersteklas uitzicht op het hele gebeuren.

De brug over Saltstraumen.
Uitzicht vanaf de brug op de maalstroom en
het mooie achterland.

Inmiddels hebben we Saltstraumen meerdere malen bezocht en bij elk bezoek waren we weer een aantal jaren verder in ons leven. Jaren waarin gebeurtenissen soms als een maalstroom aan ons voorbij denderden en we ons realiseerden wat een voorrecht het is om samen te kunnen reizen. Dat ik ooit nog eens een boek zou schrijven, Midzomerliefde, waarin Ålesund, Bodø en Saltstraumen een rol spelen, had ik nooit gedacht. En nooit gedacht dat ik daarnaast nog drie boeken zou schrijven die zich in Noorwegen afspelen. Boeken die de lezer voor even mee op reis nemen naar het  noorden en aangezien het nu Boekenweek is met als thema ‘reizen’ sluit dat mooi op elkaar aan.
 
 













 


maandag 3 maart 2014

Gemengde gevoelens

De tas was al bijtijds ingepakt. Al het nodige bij elkaar gezocht. Met gemengde gevoelens, dat wel. Vanochtend is mijn echtgenoot naar het ziekenhuis vertrokken en zijn er voor de tweede keer tumoren verwijderd. Op het moment dat ik dit schrijf is de operatie net achter de rug. Mijn echtgenoot belde zelf op met de mededeling dat hij in de uitslaapkamer lag. Hij klonk opgelucht maar ook alsof hij lichtelijk dronken was. Oorzaak: een naast de ruggenprik toegediend roesje en dat voelde erg prettig aan, volgens hem. Hij klonk zelfs bijna gelukzalig, maar dat is omdat de ruggenprik nog niet is uitgewerkt en hij nog geen pijn voelt. Ik vrees dat het gevoel van gelukzaligheid binnen afzienbare tijd drastisch zal afnemen... 

Vanaf nu moet hij het acht weken rustig aan doen en volgt er een reeks chemospoelingen, eerst een keer per week, daarna een keer per maand. Hij is er vrij rustig onder. Zoals gewoonlijk was ik voor de operatie weer eens nerveuzer dan de patiënt zelf, maar dat is hij wel gewend van mij. De vorige keer pakte dezelfde soort ingreep iets anders uit dan verwacht en moest hij, vanwege bijkomstigheden, kort na thuiskomst halsoverkop weer terug naar het ziekenhuis. Maar omdat we proberen altijd van het beste uit te gaan, vertrouwen we erop dat hij dit keer zo snel mogelijk naar huis terug kan keren. Bovendien is er goede hoop dat uitzaaiingen onder controle gehouden kunnen worden. En dat is een enigszins geruststellende gedachte.

Toch blijft het een eigenaardig moment zodra mijn echtgenoot door de deuren naar de ok-afdeling verdwijnt en ik naar buiten loop om me in het normale leven te begeven. Het besef dat hij ergens binnen die muren van dat ziekenhuis verblijft en ik daar helemaal geen invloed op uit kan oefenen voelt als een vreemd soort machteloosheid. Het is het besef dat je op dat moment niets anders voor hem kunt doen dan hopen dat alles goed verloopt.
Op zulke momenten denk ik alvast aan wat ik tijdens het bezoekuur voor hem mee zal nemen. Iets wat hij leuk vindt om te lezen of iets lekkers wat hij graag lust. Daar kan ik me op verheugen, zoals hij zich op zijn beurt ook op het bezoekuur verheugt.

Wanneer hij hopelijk binnenkort thuiskomt, leg ik hem heerlijk in de watten maar hou ook streng toezicht, zodat hij op tijd zijn rust neemt en geen dingen doet die hij absoluut nog niet mag doen. En al vindt hij soms dat ik misschien wel eens ietsje te veel op hem let en vind ik soms juist dat mijn patiënt een tikkeltje te eigenwijs is, we komen er samen wel uit. Dat weet ik zeker.